Afspraken over loondoorbetaling bij ziekte

21 december 2018

Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, MKB Nederland, VNO-NCW, LTO Nederland en het Verbond van Verzekeraars hebben afspraken gemaakt over de loondoorbetaling bij ziekte. Het pakket afspraken omvat een verzekering gericht op kleinere werkgevers, een korting op de premieheffing en afspraken die de onzekerheid bij de RIV-toets na twee jaar ziekte moeten wegnemen.

Afgesproken is dat er per 1 januari 2020 een MKB verzuimontzorgverzekering komt die kleine werkgevers ontzorgt. De verzekering moet naast dekking van het financiële risico, kleine werkggevers ook ondersteunen bij de verplichtingen en taken rond loondoorbetaling bij ziekte, inclusief een transparant, goed en betaalbaar dienstverleningspakket voor die twee jaar. De verzekering is ‘Poortwachterproof’, waardoor een eventuele loonsanctie (bij het opvolgen van de adviezen van de verzekeraar) niet voor rekening van de werkgever komt. MKB Nederland en het Verbond van Verzekeraars hebben een convenant gesloten waarin de producteisen van zo’n verzekering zijn vastgelegd.

Daarnaast is overeengekomen dat er een tegemoetkoming komt voor de kosten van het tweede loondoorbetalingsjaar. Werkgevers zullen hiervoor met ingang van 2021 een loondoorbetalingskorting krijgen op de premieheffing. Voor deze maatregel, gericht op alle werkgevers, komt een bedrag van € 450 miljoen beschikbaar. Deze korting bestaat uit een vast bedrag per (inhoudingsplichtige) werkgever. De korting kan door kleine werkgevers bijvoorbeeld worden aangewend voor een MKB verzuimontzorgverzekering. Wel is het de bedoeling dat de loondoorbetalingskorting uiterlijk per 2024 wordt vervangen door een gedifferentieerde Aof-premie.

Een derde maatregel is dat het advies van de bedrijfsarts leidend wordt bij de toets op re-integratie-inspanningen (RIV-toets). In 12% van de gevallen waarbij een loonsanctie wordt opgelegd, blijkt de hoofdzaak van de sanctie een verschil van inzicht tussen de bedrijfsarts en de verzekeringsarts van het UWV te zijn, terwijl werkgever en werknemer zich bij hun re-integratie-inspanningen juist baseren op het oordeel van de bedrijfsarts. Minister Koolmees vindt dat werkgever en werknemer moeten kunnen vertrouwen op het oordeel van de bedrijfsarts. Daarom zal de verzekeringsarts van UWV per 1 januari 2021 niet langer het medisch advies van de bedrijfsarts beoordelen bij de RIV-toets (voor bestaande en nieuwe zieke werknemers). Vanaf 2021 zal de RIV-toets volledig uitgevoerd worden door arbeidsdeskundigen van UWV. Om te stimuleren dat het medisch advies van de bedrijfsarts en het medisch oordeel van de verzekeringsarts gebaseerd zijn op gelijke uitgangspunten wordt er in de periode 2019-2022 € 10 miljoen door het ministerie geïnvesteerd in kwaliteitsintensivering. Verder zal de minister met het UWV bekijken hoe de transparantie bij de RIV-toets kan worden vergroot. Ook krijgen werkgever meer grip op het zogenaamde ‘tweede spoor’. Er komt meer ruimte voor experimenten die kunnen leiden tot meer of makkelijkere re-integratie bij een andere werkgever.

Bron: Min SZW 20-12-2018, 2018-0000818469