Onzorgvuldige inspecteur

01 december 2020

De inspecteur was in het conceptrapport van een boekenonderzoek, voorafgaand aan het doen van uitspraak op bezwaar, al tot de conclusie gekomen dat de naheffingsaanslag moest worden verminderd. Door hiermee te wachten tot de rechtszaak heeft de inspecteur onzorgvuldig gehandeld.


Een werkgever heeft een werknemer in dienst aan wie een auto ter beschikking is gesteld. In november 2018 houdt de Belastingdienst een boekenonderzoek over de jaren 2013 tot en met 2017 naar het privégebruik van de aan de werknemer ter beschikking gestelde auto. In december 2018 legt de inspecteur een naheffingsaanslag op ter behoud van rechten. Eind december 2018 ontvangt hij het bezwaarschrift van de werkgever. Half september 2019 stelt de werkgever de inspecteur in gebreke wegens overschrijding van de beslistermijn. De inspecteur doet op 27 september 2019 uitspraak op bezwaar. Het conceptrapport van het boekenonderzoek is op 10 september 2019 naar de werkgever gestuurd. Voor de rechtbank neemt de inspecteur het standpunt in dat de naheffingsaanslag moet worden verminderd, omdat het enkelvoudig tabeltarief is verschuldigd.
De rechtbank overweegt dat de werknemer in 2013 in een schrift heeft bijgehouden welke ritten hij heeft gemaakt met de ter beschikking gestelde auto. In dit schrift stonden de datum, de kilometerstand en een omschrijving waar de werknemer naartoe is gereden. Het aantal kilometers en de begin- en eindstand zijn niet genoteerd. In 2018 en 2019 heeft de werknemer aan de hand van de aantekeningen in het schrift een digitale rittenregistratie gemaakt. Hierin staan de datum, postcode, aantal kilometers, eindstand kilometerteller en een omschrijving van de rit. In 2019 is in de omschrijving de postcode en huisnummer toegevoegd. De werknemer heeft vijf jaar na het bijhouden van het schrift de rittenregistratie in digitale vorm aangevuld. Hij heeft geen omrijkilometers bijgehouden, daarom kan niet worden gecontroleerd of die kilometers zakelijk zijn. De verklaring daartoe van de werknemer is onvoldoende. Omdat de werkgever voor het overige alleen facturen van de garage met daarop de kilometerstanden kan tonen, is onvoldoende aangetoond dat de werknemer de auto minder dan 500 kilometer voor privédoeleinden heeft gebruikt. De rechtbank oordeelt dat de naheffingsaanslag ter zake van het privégebruik van de ter beschikking gestelde auto terecht is opgelegd. De naheffingsaanslag is tijdens het opleggen ook voldoende gemotiveerd, omdat uit de brief waarin het opleggen van de naheffingsaanslag wordt aangekondigd blijkt dat de naheffingsaanslag betrekking heeft op het privégebruik van de auto. In de uitspraak op bezwaar is nog expliciet overwogen dat geen deugdelijke rittenadministratie is bijgehouden. De inspecteur heeft wel in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel gehandeld door het doen van uitspraak op bezwaar. Uit het conceptrapport van het boekenonderzoek blijkt dat de inspecteur voorafgaand aan het doen van uitspraak op bezwaar al tot de conclusie was gekomen dat de naheffingsaanslag moest worden verminderd. Dit heeft de inspecteur niet meegenomen in de uitspraak. De rechtbank ziet echter geen gronden om gevolgen te verbinden aan het schenden van het zorgvuldigheidsbeginsel, omdat het beroep door vermindering van de naheffingsaanslag gegrond is.

Ondanks dat de vrije bewijsleer geldt om aan te tonen dat de ter beschikking gestelde minder dan 500 kilometer op kalenderjaarbasis voor privédoeleinden gebruikt is, moet dit wel ergens uit blijken. (Veel) latere aanvullingen van aantekeningen in een schrift en de enkele verklaring van de werknemer aan wie de auto ter beschikking is gesteld helpen niet.

Wet: art. 13bis Wet LB 1964 , art. 3.13 URLB 2011
Jurisprudentie: Rb. Noord-Holland 14-10-2020 (ECLI:NL:RBNHO:2020:9683)

Loonzaken/Jacqueline Nietveld