Verhaal mogelijk ondanks finale kwijting

10 november 2020

Ondanks een vaststellingovereenkomst waarin finale kwijting is overeengekomen, mag de werkgever de (naheffings)aanslag loonheffing verhalen op zijn ex-werknemer.


Een man is van 14 oktober 2013 tot en met 31 januari 2017 werkzaam geweest als chief financial officer (CFO) van Solera Nederland bv. In zijn arbeidsovereenkomst is een bepaling opgenomen dat Solera eventuele (naheffings)aanslagen loonheffing op de CFO kan verhalen. In 2014 en 2015 krijgt de CFO in het kader van een aandelenoptieregeling in totaal € 79.443 uitbetaald. Deze uitkering verliep via de Amerikaanse holding naar aanleiding van een overname van de Solera groep. Deze bedragen zijn zonder inhouding van loonbelasting aan de CFO uitgekeerd.
De man heeft - in zijn hoedanigheid van CFO - in 2015 ontdekt dat hierover ten onrechte geen loonheffing is ingehouden en kaart dit intern bij Solera aan. Solera draagt later alsnog 52% van € 79.443 als loonheffing af, zijnde € 41.310.
Op 13 juni 2016 is de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden beëindigd per 1 februari 2017. Partijen zijn hiertoe een vaststellingsovereenkomst met finale kwijting overeengekomen. Volgens de CFO hebben partijen bij het einde van de dienstbetrekking elkaar ‘finale kwijting’ gegeven, zodat hij niets hoeft te betalen.
In geschil is of Solera dit bedrag op de CFO kan verhalen. Solera beantwoordt deze vraag bevestigend. De CFO ontkennend.
De kantonrechter stelt Solera in het gelijk. De CFO gaat in hoger beroep. Hof Amsterdam bevestigt dat Solera de ingehouden en afgedragen loonbelasting op de CFO mag verhalen. De CFO kan er redelijkerwijs niet op vertrouwen dat Solera door de finale kwijting afstand deed van haar verhaalsmogelijkheid. De CFO was namelijk zelf verrast dat Solera de verhaalsmogelijkheid in de betreffende onderhandelingen niet aan de orde stelde en hij heeft daar zelf toen ook bewust over gezwegen door niet te verifiëren of Solera er afstand van wilde doen. Het vonnis van de kantonrechter blijft in stand.

Het verhaalsrecht tussen werkgever en werknemer betreft een civiele aangelegenheid. In deze zaak concludeert het Hof dat de ‘finale kwijting’ in de vaststellingsovereenkomst het verhaalsrecht niet in de weg staat. Dit is een feitelijke beoordeling en dient van geval tot geval te worden beoordeeld. In deze zaak liet de rechter meewegen dat de CFO niet brandschoon was.
Indien ook bij een finale kwijting verhaalsrecht mogelijk is, kan dit doorwerken naar de fiscaliteit voor de vraag of gebruteerd moet worden. Uit deze zaak blijkt dat de finale kwijting niet automatisch betekent dat de werkgever geen verhaalsrecht heeft. Dit maakt het voor de Belastingdienst lastiger om directe brutering toe te passen.

Jurisprudentie: Hof Amsterdam 11-2-2020 (gepubl. 21-10-2020) (ECLI:NL:GHAMS:2020:471)

Loonzaken/Edith de Bourgraaf