Renteaftrek tot toe te rekenen deel

06 oktober 2020

Een in Nederland werkende en in België wonende werkneemster die kwalificerend buitenlands belastingplichtige is, kan in Nederland slechts haar aandeel in de betaalde hypotheekrente ten laste van haar Nederlandse inkomen brengen.


Een werkneemster is werkzaam in Nederland en zij woont samen met haar echtgenoot in een eigen woning in België. Beide echtgenoten zijn voor de helft eigenaar van deze woning, die is gefinancierd met een hypothecaire lening. Het inkomen van de werkneemster is in 2015 bijna geheel in Nederland belast. De echtgenoot is gepensioneerd en geniet inkomsten uit vroegere dienstbetrekking uit Nederland en een AOW-uitkering. Zijn inkomen is volledig in België belast. In haar aangifte IB/PVV geeft de werkneemster aan dat zij aangemerkt moet worden als kwalificerend buitenlands belastingplichtige. In deze aangifte neemt zij ook 100% van het saldo negatieve inkomsten uit eigen woning in aanmerking. In geschil voor het hof is of zij recht heeft op aftrek van meer dan 50% van de negatieve inkomsten uit eigen woning. De echtgenoot doet in België aangifte personenbelasting. Hij heeft daarin ook de aan hem toe te rekenen hypotheekrente opgenomen, maar het rentebedrag leidt niet tot een aftrekpost. Het hof overweegt dat de werkneemster tot 2015 kon opteren voor binnenlands belastingplichtige. Hierdoor kon zij de volledige hypotheekrente op haar belastbare inkomen uit werk en woning in mindering brengen. Sinds 2015 is de regeling voor opteren voor binnenlands belastingplichtige vervangen door de regeling voor kwalificerend buitenlands belastingplichtigen. Kwalificerend buitenlands belastingplichtigen mogen, anders dan niet-kwalificerend buitenlands belastingplichtigen (negatieve) inkomsten uit de niet in Nederland gelegen woning in mindering brengen op het inkomen uit werk en woning. Zij kan slechts 50% daarvan in mindering brengen, omdat haar echtgenoot niet als fiscale partner wordt aangemerkt op grond van de Wet IB 2001. Hierdoor vormen zijn negatieve inkomsten uit eigen woning geen gemeenschappelijke inkomensbestanddelen die de werkneemster bij haar aangifte in aanmerking kan nemen. Het hof concludeert dan ook dat de werkneemster alleen de aan haar toe te rekenen negatieve inkomsten uit eigen woning (50%) op haar inkomen uit werk en woning in aanmerking kan nemen. Ook een beroep op het eerste Protocol van het EVRM en het EU-recht kan haar niet baten. Het hof verklaart het hoger beroep ongegrond.

Een kwalificerend buitenlands belastingplichtige is iemand die woont in een van de andere EU-lidstaten, de EER, Zwitserland of de BES-eilanden en daar in de belastingheffing wordt betrokken en:

  • wiens inkomen voor 90% of meer in Nederland is onderworpen aan de loon- of inkomstenbelasting; of

  • van wie het inkomen samen met dat van een belastingplichtige die als zijn partner zou worden aangemerkt wanneer beide personen binnenlands belastingplichtig zouden zijn, voor 90% of meer in Nederland is onderworpen aan de loon- en inkomstenbelasting.

Omdat het inkomen van de echtgenoot in deze zaak in België belast is, komen zij niet in aanmerking voor een volledige hypotheekrenteaftrek.

Wet: art. 3.111 en 7.8 en 2.17 Wet IB 2001
Jurisprudentie: Hof Den Bosch 23-7-2020, nr. 20/00109 (ECLI:NL:GHSHE:2020:2359); Rb. Zeeland-West-Brabant 18-12-2019, nr. BRE 18/4116 (ECLI:NL:RBZWB:2019:5723)

Loonzaken/Jacqueline Nietveld