Pakket Belastingplan 2021

15 september 2020

Het Pakket Belastingplan 2021 bestaat dit jaar uit acht wetsvoorstellen. In het wetsvoorstel Belastingplan 2021 zijn maatregelen opgenomen die per 1 januari 2021 budgettair effect hebben, zoals maatregelen die raken aan de koopkracht van burgers.


De andere zeven wetsvoorstellen uit het pakket Belastingplan 2021 zijn:

  • Overige fiscale maatregelen 2021;

  • Wet aanpassing box 3;

  • Wet differentiatie overdrachtsbelasting (niet opgenomen);

  • Wet verbetering uitvoerbaarheid toeslagen;

  • Wet CO2-heffing industrie (niet opgenomen);

  • Wet aanpassing opslag voor duurzame energie- en klimaattransitie (niet opgenomen); en

  • Wet eenmalige huurverlaging huurders met lager inkomen (niet opgenomen).

1. Belastingplan 2021

Inkomensbeleid
Het tarief van de eerste tariefschijf gaat omlaag. De algemene heffingskorting, de arbeidskorting en de ouderenkorting gaan omhoog. De inkomensafhankelijke combinatiekorting wordt in 2021 verlaagd, maar gaat in 2022 weer omhoog.

Lagere bijtelling voor elektrische auto met zonnepanelen
Zoals al eerder aangekondigd wordt de korting op de bijtelling voor nieuwe emissievrije auto’s van de zaak in stappen afgebouwd naar 10% voor 2021, 6% voor 2022, 2023 en 2024, 5% voor 2025 tot uiteindelijk nul vanaf 1 januari 2026. Daarbij wordt de zogenoemde cap, zijnde het deel van de catalogusprijs waarop de korting van toepassing is, in 2021 verlaagd tot € 40.000 en daarna – in tegenstelling tot het percentage en daarmee het maximumbedrag van de verlaging – niet meer aangepast.
De cap is niet van toepassing op emissievrije auto’s met een motor die kan worden gevoed met waterstof. Voor die auto’s is de korting op de bijtelling niet gemaximeerd. Deze uitzondering wordt met ingang van 1 januari 2021 uitgebreid tot zonnecelauto’s. De definitie van een zonnecelauto is ontleend aan de definitie die in 2020 geldt voor de milieu-investeringsaftrek. Indien een elektrische auto met geïntegreerde zonnepanelen aan die definitie voldoet, geldt de cap niet.
Voor het jaar 2021 bedraagt de korting op de bijtelling voor een reguliere elektrische auto 10% van de cataloguswaarde met een maximum van € 4.000 en voor een waterstofauto en een zonnecelauto bedraagt de korting 10% van de cataloguswaarde.

Invoeren van een vrijstelling voor de TOGS en de Subsidie vaste lasten (COVID-19)
Een van de (steun)maatregelen die de overheid heeft genomen in het kader van de coronacrisis is de Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren COVID-19 (TOGS). In verband met de duur van de coronamaatregelen is deze regeling opgevolgd door de Regeling subsidie financiering vaste lasten MKB COVID-19 (Subsidie vaste lasten). Deze regeling biedt gedupeerde ondernemingen onder voorwaarden een tegemoetkoming voor hun vaste lasten voor een periode van vier maanden. Op basis van de wettelijke fiscale bepalingen behoren de vergoeding die ondernemingen ontvangen op basis van de TOGS en de Subsidie vaste lasten in beginsel tot de winst. Vooruitlopend op wetgeving is in een beleidsbesluit geregeld dat deze vergoedingen niet tot de winst behoren, zodat heffing van inkomsten- of vennootschapsbelasting hierover wordt voorkomen. De in dit wetsvoorstel opgenomen maatregel voorziet in de wettelijke grondslag hiertoe.

Fiscale behandeling Subsidieregeling bonus zorgprofessionals COVID-19 voor niet-werknemers
De vanaf 1 januari 2020 toegepaste fiscale behandeling van de bonus die wordt toegekend op basis van de Subsidieregeling bonus zorgprofessionals COVID-19 wordt met terugwerkende kracht in de wet vastgelegd. Deze regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) is bedoeld om zorgprofessionals die in hun werk direct of indirect de gevolgen van de uitbraak van het coronavirus hebben ondervonden een bonus te geven van € 1.000 netto, zonder gevolgen voor de heffing van inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen en zonder dat deze bonus gaat behoren tot het inkomen dat relevant is voor inkomensafhankelijke regelingen zoals toeslagen. Uitgangspunt voor de uitwerking van deze Subsidieregeling is dat de administratieve last voor werkgevers en de uitvoeringslast voor het Rijk beperkt worden gehouden.

Tijdelijke overbruggingsregeling voor flexibele arbeidskrachten (COVID-19)
De vanaf 1 januari 2020 toegepaste fiscale behandeling van de Tijdelijke overbruggingsregeling voor flexibele arbeidskrachten (TOFA) wordt met terugwerkende kracht in de wet vastgelegd.

Verruimen gerichte vrijstelling scholingskosten
De gerichte vrijstelling voor scholing gaat ook gelden bij vergoedingen en verstrekkingen ten behoeve van scholing die voortvloeien uit vroegere arbeid. De verruiming ziet op vergoedingen en verstrekkingen ten aanzien van het volgen van een opleiding of studie met het oog op het verwerven van inkomen en niet op vergoedingen en verstrekkingen voor onderhoud en verbetering van kennis en vaardigheden van de dienstbetrekking.

Aanpassen vrije ruimte werkkostenregeling
Voorgesteld wordt het percentage van 1,2% (het percentage dat geldt voor het restant van de fiscale loonsom vanaf € 400.000) per 1 januari 2021 te verlagen naar 1,18%. De middelen die als gevolg van deze verlaging vrijkomen, worden aangewend ter dekking van de voorgestelde verruiming van de gerichte vrijstelling voor scholingskosten. De verlaging naar 1,18% is – in tegenstelling tot de hierboven toegelichte verhoging – geen tijdelijke maatregel.


2. Overige fiscale maatregelen

Overgangsrecht levensloopregeling
Voorgesteld wordt om de instelling die de levensloopregeling uitvoert inhoudingsplichtig te maken voor de loonheffing ter zake van de op het fictieve genietingsmoment in aanmerking te nemen waarde van de levensloopaanspraak.
Daarnaast wordt het fictieve genietingsmoment vervroegd naar 1 november 2021. Daarmee kan de werknemer tijdig, voor 1 januari 2022, zijn belastingschuld betaald hebben, hetgeen tot een verlaging van het voor box 3 relevante vermogen leidt.
Ook is voorgesteld de instellingen geen heffingskortingen toe te laten toepassen. De levensloopverlofkorting en de overige heffingskortingen waar de (gewezen) werknemer recht op heeft kan hij te gelde maken bij zijn aangifte inkomstenbelasting.

Verduidelijken afdrachtvermindering S&O publieke kennisinstellingen
Het begrip publieke kennisinstelling is in de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (WVA) geïntroduceerd om te borgen dat de S&O-afdrachtvermindering gericht blijft op het bevorderen van speur- en ontwikkelingswerk door private bedrijven. Om onduidelijkheid weg te nemen wordt voorgesteld de woorden ‘zonder winstoogmerk’, zoals nu vermeld in de definitie, te laten vervallen. Onder de huidige gebruikers van de S&O-afdrachtvermindering is geen meerjarig door de overheid gefinancierde onderzoeksorganisatie met winststreven bekend, die door deze wijziging zou kunnen worden uitgesloten.

Uitzondering elektronisch derdenbeslag Belastingdienst
Wanneer een derde onder wie beslag moet worden gelegd een elektronisch adres aan de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders (KBvG) heeft doorgegeven waaraan kan worden betekend, is de deurwaarder die het derdenbeslag legt met ingang van 2021 verplicht dat derdenbeslag elektronisch te leggen. Voor de Belastingdienst is de genoemde inwerkingtredingsdatum van 1 januari 2021 onuitvoerbaar. De benodigde IV-voorzieningen zijn op die datum niet gereed voor het leggen van elektronisch derdenbeslag.
Om die reden wordt voorgesteld met ingang van 1 januari 2021 in de Invorderingswet 1990 te regelen dat de verplichting van een elektronisch derdenbeslag vooralsnog niet geldt voor de tenuitvoerlegging van een executoriale titel door de Belastingdienst. Zodra de Belastingdienst de nodige voorzieningen heeft getroffen voor het leggen van elektronisch derdenbeslag, kan deze uitzondering uiteraard weer komen te vervallen. Een en ander kan echter niet gerealiseerd worden vóór 2023.

3. Wet aanpassing box 3
De vermogensrendementsheffing in box 3 wordt aangepast zodat met ingang van 2021 met name de belastingdruk op kleinere vermogens in box 3 daalt.

  • Het heffingvrije vermogen wordt met ingang van 1 januari 2021 verhoogd van € 30.846 naar € 50.000.

  • Voor partners wordt het heffingvrije vermogen met ingang van genoemde datum verhoogd van € 61.692 naar € 100.000.

  • De schijfgrenzen worden opnieuw vastgesteld, waarbij de 2de schijf begint bij een box 3-vermogen van € 100.000 en de 3e schijf bij een vermogen van € 1.000.000.

  • Om dit pakket deels te dekken wordt het belastingtarief in box 3 verhoogd naar 31%.


4. Wet verbetering uitvoerbaarheid toeslagen
Het kabinet zet met dit wetsvoorstel in op drie pijlers: het versterken van de menselijke maat in het toeslagenstelsel, het verbeteren van de praktische rechtsbescherming van burgers en het voorkomen van schrijnende situaties door het verlies van toeslagen als gevolg van partnerschap.
Er worden een aantal maatregelen genomen ter versterking van de menselijke maat en verbetering van de praktische rechtsbescherming:

  • Proportioneel vaststellen van de kinderopvangtoeslag.

  • Matigen van een terugvordering en rente berekening bij terugvordering.

  • Introductie doelmatigheidsgrens.

  • Naar voren brengen van een zienswijze door belanghebbende.

  • Aanvullende waarborgen ter verbetering van de rechtspositie bij informatieverplichtingen.

  • Aanvullende waarborg bij verzuimboete wegens niet nakomen informatieverplichting.

  • Verplichting tot informatieverstrekking voor derden.

  • Een uitgebreidere motivering in een boeterapport en het geven van een zienswijze bij oplegging vergrijpboete.

  • Kwijtschelding op termijn.

Ook worden maatregelen genomen om schrijnende situaties door toeslagpartnerschap te voorkomen.

Bronnen:
Belastingplan 2021: wetsvoorstel en memorie van toelichting
Overige fiscale maatregelen 2021: wetsvoorstel en memorie van toelichting
Wet aanpassing box 3: wetsvoorstel en memorie van toelichting
Wet verbetering uitvoerbaarheid toeslagen: wetsvoorstel en memorie van toelichting