Werk in werkgevers nevenwinkel geen reden voor ontslag

17 augustus 2020

Sommige belastingadvieskantoren hanteren een winkelregeling, waarbij werknemers cliënten buiten de normale kantoortijden helpen. De werknemers ontvangen dan hun vergoeding direct van de klant. Stel nu dat een werknemer meer klanten in het kader van deze winkelregeling helpt dan de werkgever had verwacht. Als de werkgever de werknemer daarom wil ontslaan, moet hij wel een grens hebben gesteld aan het aantal klanten dat een werknemer binnen zo’n regeling mag helpen.


Een belastingadvieskantoor houdt er sinds een jaar of dertig een zogeheten winkelregeling op na. Deze regeling houdt in dat op een aantal zaterdagen in maart en april particuliere klanten hulp kunnen krijgen bij het indienen van hun aangifte inkomstenbelasting. Deze klanten betalen daarvoor een eenmalige vergoeding. Deze vergoeding wordt verdeeld onder de medewerkers die deel uitmaken van het winkelteam. Sommige particulieren kunnen niet op de zaterdagochtenden langskomen. Voor deze klanten is de ‘na-winkel’ open. Eén van de medewerkers uit het winkelteam krijgt zo’n klant dan toegewezen en ontvangt van de klant zijn vergoeding.
Tot het (na-)winkelteam behoort ook een assistent-belastingconsulent. Op 9 april 2020 ontslaat het belastingadvieskantoor deze werknemer op staande voet. De werkgever verwijt hem tijdens kantoortijd en met middelen van het belastingadvieskantoor nevenwerkzaamheden te hebben verricht. Bovendien heeft de werknemer de inkomsten uit deze werkzaamheden niet opgegeven en evenmin afgedragen aan de werkgever. De man vecht zijn ontslag echter aan bij Rechtbank Den Haag.
De werknemer maakt duidelijk dat hij de nevenwerkzaamheden heeft verricht in het kader van de winkel- en de na-winkelregeling. Zijn werkgever heeft deze regelingen zelf ingesteld en gefaciliteerd. Dat de opbrengsten uit de na-winkel toekomen aan de individuele medewerker die de desbetreffende klant helpt, vloeit voort uit de regeling zelf. Het belastingadvieskantoor heeft bovendien nagelaten een maximum te stellen aan het aantal klanten dat de man binnen deze regelingen mag helpen. Ten slotte stelt de man dat zijn werkgever geen schade heeft geleden. Voor zover de man in kantoortijd bezig was met handelingen voor klanten van de (na-)winkel, haalde hij deze tijd later gewoon in door langer door te werken. Zijn verhaal overtuigt de rechtbank. De rechter vermoedt dat de werkgever verrast was door het grote aantal (na-)winkelklanten dat de assistent-belastingconsulent heeft geholpen. Maar daar heeft de werkgever zelf de hand in gehad. De rechtbank vernietigt het ontslag.

Wet: art. 7:671 en 7:681 lid 1 BW
Jurisprudentie: Rb. Den Haag 20-07-2020, nr. 8556499 RP VERZ 20-50341 (gepubl. 11-08-2020) (ECLI:NL:RBDHA:2020:6981)