Vrijgestelde uitkeringen en het IKB

11 augustus 2020

Volgens Hof Den Haag is het ‘loon over een maand’ voor de vrijstelling inzake overlijdens- en jubileumuitkeringen inclusief het 1/12e deel van de jaarlijks toegekende vakantietoeslag binnen een individueel keuzebudget.


Belanghebbende, een gemeente, kent een Arbeidsvoorwaardenregeling (Avr) waarin is opgenomen een Individueel Keuze Budget (IKB) dat per maand ter beschikking wordt gesteld en onder meer 1/12e deel van de voorheen jaarlijks toe te kennen vakantietoeslag bevat. In de aangifte loonheffingen over het tijdvak 2018 heeft belanghebbende € 37.972 opgenomen aan uitgekeerde ambtsjubileum- en overlijdensuitkeringen. Hiertegen heeft zij bezwaar gemaakt. Het bezwaar is door de inspecteur ongegrond verklaard. Belanghebbende heeft beroep ingesteld bij de rechtbank.
Volgens Rechtbank Den Haag is pas sprake van een loonbestanddeel als dat is genoten. Het begrip ‘het loon over een maand’ is dus het genoten loon in de maand voorafgaand aan de maand waarin het overlijden of ambtsjubileum heeft plaatsgevonden. Belanghebbende gaat in hoger beroep.
In geschil is of het opgebouwde deel van het IKB dat correspondeert met de voormalige vakantietoeslag behoort tot ‘het loon over een maand’ in de zin van art. 11 lid 1 onder m en o Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB). Dit leidt tot een hogere vrijstelling voor de ambtsjubileum- en overlijdensuitkering.
Anders dan de inspecteur en de rechtbank oordeelt het hof dat het opgebouwde deel van het IKB dat correspondeert met de voormalige vakantietoeslag behoort tot ‘het loon over een maand’ in de zin van art. 11 lid 1 onder m en o Wet LB. Hof Den Haag oordeelt dat het ‘loon over een maand’ voor de vrijstelling inzake overlijdens- en jubileumuitkeringen inclusief het 1/12e deel is van de jaarlijks toegekende vakantietoeslag binnen het individueel keuzebudget. Het feit dat de voormalige vakantietoeslag op een jaarlijks vast moment werd uitbetaald en de vakantietoeslag binnen het individueel keuzebudget thans per maand ter beschikking wordt gesteld, maakt niet dat er daadwerkelijk iets is gewijzigd in de hoogte van het loon. Het hof verwerpt het standpunt van de rechtbank. Het beroep van belanghebbende is gegrond.

De jubileumuitkering en overlijdensuitkering zijn opgenomen in art. 11 lid 1 onder o van de Wet LB 1964 respectievelijk art. 11 lid 1 onder m van de Wet LB. Bij de bepaling van het ‘loon over een maand’ mag geen rekening worden gehouden met tantièmes en toevallige bijzondere beloningen en ook niet met niet-vrijgestelde aanspraken (art. 3.1 Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011).
Naar mijn mening concludeert het hof terecht dat het deel van het individueel keuzebudget dat correspondeert met de voormalige vakantietoeslag tot de grondslag van de vrijstelling voor de ambtsjubileum- en overlijdensuitkering behoort. Het IKB is vast en gegarandeerd inkomen. Het feit dat de ambtenaar vrij is te bepalen wanneer en hoe hij het IKB inzet, doet hieraan niet af. Het standpunt van de rechtbank creëerde een ongelijkheid, die door het hof wordt opgeheven.

Wet: art.11 lid 1 onder m en o Wet LB 1964
Jurisprudentie: Hof Den Haag 14-7-2020, nr. BK-19/00244(ECLI:NL:GHDHA:2020:1315); Rb. Den Haag 31-1-2019, nr. AWB 18 - 5425 (ECLI:NL:RBDHA:2019:1052)

Loonzaken/Edith de Bourgraaf