Materieel werkgeversbegrip in sociale verzekeringen

11 augustus 2020

Voor de sociale verzekeringen geldt, na een uitspraak van het EU HvJ, ook een materieel werkgeversbegrip. Er moet niet worden gekeken met wie de werknemer formeel een arbeidsovereenkomst heeft, maar doorslaggevend is wie het feitelijke gezag heeft, wie de feitelijke loonkosten draagt en wie feitelijk bevoegd is om de werknemer te ontslaan.


AFMB Ltd. (hierna: AFMB), een vennootschap die op 10 mei 2011 is opgericht in Cyprus, heeft met in Nederland gevestigde vervoersondernemingen fleetmanagementovereenkomsten gesloten waarbij zij zich ertoe verbond om tegen betaling van een commissie te zorgen voor het beheer van de vrachtwagens die door die ondernemingen voor hun rekening en risico in het kader van hun activiteiten werden geëxploiteerd. Tevens heeft AFMB voor wisselende perioden tussen 1 oktober 2011 en 26 mei 2015 arbeidsovereenkomsten gesloten met internationaal vrachtwagenchauffeurs die in Nederland wonen. De chauffeurs zijn door de vervoersondernemingen zelf geselecteerd voordat de arbeidsovereenkomsten met AFMB werden gesloten en hebben na het sluiten van deze overeenkomsten hun werkzaamheden voor rekening en risico van de vervoersondernemingen verricht. De vervoersondernemingen blijven ook het feitelijke gezag uitoefenen en blijven ook de loonkosten van de chauffeurs feitelijk dragen.
Volgens AFMB is zij sinds dat moment de werkgever van de vrachtwagenchauffeurs en is de Cypriotische socialezekerheidswetgeving vanaf dat moment van toepassing op de vrachtwagenchauffeurs. De SVB is echter van mening dat de Nederlandse socialezekerheidswetgeving van toepassing blijft op de vrachtwagenchauffeurs, omdat er na de tussenkomst van AFMB nauwelijks iets is veranderd in de relatie tussen de vrachtwagenchauffeurs en hun in Nederland gevestigde oorspronkelijke werkgevers. De Centrale Raad van Beroep stelt prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie (hierna: HvJ) over de verzekeringsplicht van internationale vrachtwagenchauffeurs die via het Cypriotische AFMB werken.
Het HvJ oordeelt dat voor deze aanwijsregels de werkgever van een internationale vrachtwagenchauffeur de onderneming is die het feitelijk gezag over de werknemer uitoefent, feitelijk de overeenkomstige loonkosten draagt en feitelijk bevoegd is om de werknemer te ontslaan. Op basis van de door het HvJ vastgestelde criteria, kwalificeert de Nederlandse vervoersonderneming als de werkgever voor toepassing van de aanwijsregels opgenomen in Vo. 883/2004. Op basis van art. 13, lid 1, letter b i) van deze verordening zijn zij derhalve in Nederland sociaal verzekerd.

In navolging van de fiscaliteit (arresten van 1 december 2006, o.a. ECLI:NL:HR:2006:AT3918), geldt nu ook een materieel werkgeversbegrip voor de sociale verzekeringen. Dat houdt in dat niet gekeken wordt met wie de werknemer formeel een arbeidsovereenkomst heeft, maar dat doorslaggevend is wie het feitelijke gezag heeft, wie de feitelijke loonkosten draagt en wie feitelijk bevoegd is om de werknemer te ontslaan. Deze materiële interpretatie doet recht aan de doelstelling van de EU-verordening en voorkomt premieshoppen. Bij premieshoppen gaat het om oneigenlijk gebruik van de regelgeving met als doel kosten te besparen door het verlagen van de premielasten. Minister Koolmees heeft op 7 juli 2020 een brief aan de Tweede Kamer gestuurd over premieshoppen. In deze brief licht hij de wijze waarop Nederland hierop handhaaft toe. Het arrest van het Europese Hof van Justitie is een mooie overwinning voor de SVB in de strijd tegen premieshoppen.

Jurisprudentie: EU HvJ 16-7-2020, nr. C-610/18 (ECLI:EU:C:2020:565)(AFMB Ltd e.a); CRvB 20-9-2018, nr. 16/2910 AOW-P (ECLI:NL:CRVB:2018:2878); Rb. Amsterdam 25-3-2016, nr. AMS 14/5265 e.a. (ECLI:NL:RBAMS:2016:1638)
Bron: Min. SZW 7-7-2020, nr. 2020-0000091158

Loonzaken/Edith de Bourgraaf