Wetsvoorstel ‘recht op onbereikbaarheid’ ingediend

28 juli 2020

Het initiatiefwetsvoorstel voor de Wet op het recht op onbereikbaarheid is ingediend. De AWVN vindt de gedachte achter het wetsvoorstel sympathiek, maar vraagt zich af of het wetsvoorstel wel nodig is.

De grens tussen werk en privé vervaagt door de mogelijkheid om overal te kunnen werken. Maar werknemers die thuiswerken, werken vaker over en werken ook langer door. Bovendien zijn door de komst van de smartphone werknemers op ieder moment van de dag bereikbaar. Door het altijd bereikbaar zijn, staan mensen altijd ‘aan’ en kan stress ontstaan die in sommige gevallen tot burn-out kan leiden. Op dit moment ervaren meer dan een miljoen werknemers stress of burn-outklachten.

Tweede-Kamerlid Gijs van Dijk heeft op 21 juli 2020 het wetsvoorstel voor de Wet op het recht op onbereikbaarheid ingediend. Het doel van dit wetsvoorstel is dat werkgever en werknemers het gesprek voeren over de bereikbaarheid buiten werktijd. Dat dit gesprek gevoerd is, moet aantoonbaar zijn.

Als de werkgever het gesprek met werknemers over bereikbaarheid buiten werktijd niet aangaat of de werkgever niet kan aantonen dat het gesprek heeft plaatsgevonden, kan de werkgever een waarschuwing krijgen van de Inspectie SZW. Als, na het ontvangen van deze waarschuwing, er nog steeds geen gesprek plaats vindt of niet kan worden aangetoond dat het gesprek heeft plaatsgevonden, dan kan een boete volgen.

Het wetsvoorstel kent de werknemer geen recht toe op onbereikbaarheid, maar verplicht werkgevers om het gesprek aan te gaan met werknemers.

Het wetsvoorstel bevat eigenlijk ook geen nieuwe inhoudelijke aspecten, volgens de AWVN. De werkgever moet op grond van de Arbeidsomstandighedenwet zorgen voor goede arbeidsomstandigheden. De werknemer is verplicht om tijdens het werk zorg te dragen voor zijn eigen veiligheid en gezondheid. Eventuele risico’s moeten in de RI&E en plan van aanpak worden opgenomen. Als een werkgever of werknemer dus vindt dat bereikbaarheid buiten werktijd als belastend wordt ervaren, dan moet hij dit op grond van de huidige wetgeving dit feitelijk al signaleren.

Bron: awvn.nl, 24-07-2020