De weg is vrij voor een nieuw pensioenstelsel

07 juli 2020

Het FNV-ledenparlement heeft met een grote meerderheid voor het pensioenakkoord gestemd. Hiermee staan alle seinen op groen voor het nieuwe stelsel.


Het nieuwe stelsel wordt transparanter. Werkenden en gepensioneerden krijgen duidelijker inzicht in het opgebouwde vermogen. Het geeft daarnaast een realistische verwachting en biedt meer perspectief op een koopkrachtig pensioen. De pensioenaanspraken uit het huidige stelsel worden losgelaten, waarmee de noodzaak voor het gebruik van rekenrente en dekkingsgraden komt te vervallen. Pensioenen en uitkeringen kunnen daardoor eerder meebewegen met de stand van de economie dan nu het geval is.
De nieuwe regels gaan gelden voor alle pensioenen. Deelnemers krijgen inzicht in de hoogte van hun verwachte pensioen vóór en na de overgang. Bij eventueel nadeel worden deelnemers adequaat gecompenseerd. Pensioenfondsen moeten uiterlijk per 1 januari 2026 over naar het nieuwe stelsel.
Als gevolg van de zeer uitzonderlijke economische situatie heeft het kabinet toegezegd de vrijstellingsregeling van vorig jaar ook dit jaar in te zetten. Dat betekent dat pensioenfondsen met een dekkingsgraad boven 90% de pensioenen niet hoeven te verlagen. Daarvoor telt de dekkingsgraad van 31 december van dit jaar.
Daarnaast zijn onder meer afspraken gemaakt over het tempo waarmee de AOW-leeftijd omhooggaat. In 2020 en 2021 blijft de AOW-leeftijd 66 jaar en 4 maanden. Hierna stijgt de AOW-leeftijd met 3 maanden per jaar, tot 67 jaar in 2024. Vanaf 2025 stijgt de AOW-leeftijd niet 1 jaar per jaar dat we langer leven, maar 8 maanden. De AOW-leeftijd blijft dus gekoppeld aan de levensverwachting, maar meer in balans.
Ook zijn goede afspraken gemaakt over aanpassing van het nabestaandenpensioen en over werknemers die geen pensioen opbouwen. Voor het faciliteren van maatwerkafspraken over duurzame inzetbaarheid en het mogelijk maken van eerder uittreden heeft het kabinet vorig jaar € 800 miljoen beschikbaar gesteld. Dit budget wordt nu met € 200 miljoen verhoogd naar € 1 miljard.

Bron: Rijksoverheid, 03-07-2020