Vraag & antwoordbesluiten CAP

06 juli 2020

Het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen heeft een nieuw vraag & antwoordbesluit (V&A 20-008) gepubliceerd over het in de uitkeringsfase aanwenden van de oudedagsverplichting voor de verkrijging van een lijfrente. Hierin wordt de vraag behandeld of een erfgenaam van een overleden ODV-gerechtigde het verkregen recht op ODV-termijnen kan aanwenden voor een tijdelijke nabestaandenlijfrente, die uitkeert aan die erfgenaam zelf. Vraag & antwoordbesluit 17-008 inzake het gebruik van de ODV voor verkrijging van een lijfrente is geactualiseerd.


De fiscale voorwaarden voor de uitvoering van een aanspraak ingevolge een oudedagsverplichting (ODV) zijn opgenomen in art. 38p Wet LB 1964. In het tweede lid van dat artikel is bepaald dat voor zover de ODV niet is aangewend voor de verkrijging van een lijfrente, een lijfrenterekening of lijfrentebeleggingsrecht als bedoeld in art. 3.125 of 3.126a Wet IB 2001 (lijfrenteproduct), de ODV in een periode van twintig jaar in termijnen met een gelijke tussenperiode van ten hoogste een jaar wordt uitgekeerd.
In het tweede en derde lid van art. 38p Wet LB is geregeld, wat er met de ODV moet gebeuren wanneer de ODV-gerechtigde overlijdt. Als de ODV-gerechtigde overlijdt voordat de ODV-termijnen zijn ingegaan, gaat het recht op de ODV-termijnen over op de erfgenamen (natuurlijke personen) van de ODV-gerechtigde. De uitkeringen van de ODV-termijnen moeten in dat geval ingaan binnen twaalf maanden na het overlijden (art. 38p lid 2 onderdeel b Wet LB).
Als de ODV-gerechtigde overlijdt terwijl de ODV-termijnen al zijn ingegaan, gaat het recht op de resterende ODV-termijnen over op de erfgenamen (natuurlijke personen) van de ODV-gerechtigde (art. 38p lid 3 Wet LB). De beantwoorde vraag heeft betrekking op de volgende situatie:

Na het overlijden van een ODV-gerechtigde is het recht op de ODV-termijnen overgegaan op de erfgenaam. Kan de erfgenaam het geërfde recht op de ODV-termijnen aanwenden voor het verkrijgen van een aan hemzelf uit te keren tijdelijke nabestaandenlijfrente?

Het CAP geeft aan dat dit niet mogelijk is. Volgens de voorwaarden van art. 38p Wet LB kan de erfgenaam het geërfde ODV-recht niet aanwenden voor het verkrijgen van een aan hemzelf uit te keren tijdelijke nabestaandenlijfrente.

V&A 17-008 gaat over het in de uitkeringsfase aanwenden van de oudedagsverplichting (ODV) voor de verkrijging van een lijfrente. In de vorige versie stond dat het aanwenden van de ODV voor de verkrijging van een lijfrente uiterlijk kon plaatsvinden in het jaar waarin de dga de leeftijd bereikte die vijf jaar hoger is dan de voor die dga geldende AOW-leeftijd. Hierbij werd voorbij gegaan aan de mogelijkheid om na dit tijdstip de ODV te gebruiken voor de verkrijging van een nabestaandenlijfrente als bedoeld in art. 3.125 lid 1 onderdeel b Wet IB 2001. In de geactualiseerde versie van V&A 17-008 is deze aanwendingsmogelijkheid van de ODV expliciet vermeld.

Bron: CAP 03-07-2020, V&A 20-008 en V&A 17-008