Pas navordering als correctiegrens na bezwaar overschreden

01 juli 2020

Een correctiegrens geldt niet alleen voor het opleggen van de oorspronkelijke navorderingsaanslag. Ook als belanghebbende een bezwaarschrift indient en de fiscus de navorderingsaanslag verlaagt tot onder de correctiegrens, staat de Hoge Raad niet toe dat de inspecteur gaat navorderen.

Een man geeft zowel in zijn aangifte inkomstenbelasting 2014 als in zijn aangifte over 2015 aftrekbare specifieke zorgkosten op. In eerste instantie volgt de fiscus zijn aangifte. Later besluit de inspecteur de aftrek van specifieke zorgkosten te herzien. Vervolgens legt hij de man over de jaren 2014 en 2015 navorderingsaanslagen opgelegd van € 942 respectievelijk € 1.032. Deze bedragen zijn allebei hoger dan de dan geldende correctiegrens van € 450. De Belastingdienst hanteert op dat moment namelijk het beleid om geen navorderingsaanslag op te leggen als de correctie nog geen € 450 bedraagt. Zo hoopt de fiscus irritaties bij belastingplichtigen te voorkomen.
Wanneer de man bezwaar aantekent tegen deze navorderingsaanslagen, heeft hij gedeeltelijk succes. De inspecteur verlaagt de bedragen van de navorderingsaanslagen. Daardoor komen de na te vorderen bedragen onder de € 450. De man meent dat de Belastingdienst daardoor op grond van het correctiebeleid niet meer kan navorderen. Maar de inspecteur stelt dat de correctiegrens alleen geldt op het moment dat hij voor het eerst het bedrag van de navorderingsaanslag berekent voordat de bezwaarprocedure heeft plaatsgevonden. De Hoge Raad stelt uiteindelijk de man in het gelijk en vernietigt de beide navorderingsaanslagen. Gezien de achtergrond en formulering van het beleid ligt het voor de hand om ook na de bezwaarprocedure de aanslag te toetsen aan de correctiegrens.

Bron: HR 26-06-2020, nr. 19/05091 (ECLI:NL:HR:2020:1109)
Wet: art. 16 AWR