Niet meer alleen via PostNL rechtsgeldige verzending bezwaar

23 juni 2020

Wie bezwaar of beroep instelt moet zijn bezwaar- of beroepschrift tijdig per post indienen. De Centrale Raad van Beroep oordeelt nu dat verzending van een bezwaar- of beroepschrift volgens art. 6:9 AWB niet langer via PostNL hoeft plaats te vinden. Verzending via elke bij de Autoriteit Consument en Markt geregistreerde postvervoerder is rechtsgeldig.


Een man ontvangt in 2017 bijstand. Het team Handhaving van de gemeente krijgt een melding dat de man ‘zwarte’ inkomsten geniet ter grootte van € 2.476. De man moet daarom € 2.476 terugbetalen. Ook moet hij een boete van € 590 betalen. De man gaat in bezwaar bij het college van Burgemeester en Wethouders (hierna: het college), maar het college wijst het bezwaar af.
De man gaat in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep (CRvB). Hij geeft aan dat hij de in geding zijnde bedragen heeft geleend van bekenden of dat het gaat om bedragen die hij eerder heeft voorgeschoten voor bekenden. Het CRvB oordeelt echter dat de man op alle punten onvoldoende heeft aangevoerd om tot de conclusie te komen dat geen sprake is van ‘zwarte’ inkomsten.
Ook tegen de boete heeft de man bezwaar gemaakt. Het college heeft het bezwaarschrift op dit punt niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat is ingediend. De CRvB komt nu terug op bestaande rechtspraak dat uitsluitend verzending via PostNL als verzending in de zin van art. 6:9 AWB geldt. Op 27 maart 2019 heeft het Hof van Justitie EU namelijk geoordeeld dat de in de procedure aan de orde zijnde Poolse nationale regeling in strijd is met de Europese Richtlijn (2008/8/6/EG) betreffende gemeenschappelijke regels voor de ontwikkeling van de interne markt voor postdiensten in de Gemeenschap. In Polen heeft altijd de fictie gegolden dat afgifte van een geschrift op een postkantoor van KRUS, de enige voor de universele postdienst aangewezen aanbieder in Polen, gelijk is aan afgifte van het geschrift bij de rechterlijke instantie. Deze regeling is in strijd met voornoemde richtlijn. Een bezwaar- of beroepschrift is volgens de CRvB ook tijdig ingediend als het via een andere aanbieder dan PostNL is ingediend, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. Volgens de CRvB is een andere postaanbieder elke bij de Autoriteit Consument en Markt geregistreerd postvervoerbedrijf.
De man heeft het bezwaarschrift door Falk Post laten bezorgen. Het college heeft het bezwaarschrift te laat ontvangen. Het CRvB erkent dat een poststuk niet op dezelfde dag als de dag van het poststempel hoeft te zijn aangeboden aan de postvervoerder. Echter, als verder niets vaststaat over de datum van verzending is de poststempel vaak het enige vaststaande gegeven. Daarom moet voor het bewijs van terpostbezorging het uitgangspunt zijn dat de datum van het poststempel de datum van terpostbezorging is. Ligt die datum na de laatste dag van de termijn voor bezwaar- of beroep? Dan moet belanghebbende aantonen dat hij het geschrift tijdig heeft verzonden. De man is ook hierin niet geslaagd.

Wet: art. 3:41, 6:7, 6:8, 6:12 AWB, Richtlijn 2008/8/6/EG
Jurisprudentie: CRvB 16-06-2020 nr. 19/190 PW (ECLI:NL:CRVB:2020:1207); HvJ EU 27-3-2019, nr. C-545/17, (ECLI:EU:C:2019:260)