Dubbel belaste WAO-uitkering leidt tot vragen

23 juni 2020

Een WAO-uitkering wordt zowel in Nederland als in Portugal belast. Daar het pensioenartikel in het verdrag met Portugal niet duidelijk is, stelt Rechtbank Zeeland-West-Brabant prejudiciële vragen aan de Hoge Raad.


Een gepensioneerde woont sinds april 2016 in Portugal. Tot die tijd woonde zij in Nederland. In 2016 heeft zij onder meer een WAO-uitkering van UWV ontvangen. In 2016 heeft zij een M-biljet ingediend. Zij heeft daarin haar totale inkomen aangegeven en tijdsevenredig 3/12 toegerekend aan de periode dat zij in Nederland woonde en 9/12 toegerekend aan de buitenlandse periode. Behalve de WAO-uitkering; die heeft zij in zijn geheel tot haar belastbaar inkomen uit werk en woning gerekend. Tegen de aanslag, die conform haar aangifte is opgelegd, heeft zij bezwaar gemaakt. Dit is afgewezen. Het deel van de WAO-uitkering toe te rekenen aan de buitenlandperiode is door de Portugese belastingdienst in de heffing van Portugese belasting betrokken. Het bezwaar daartegen is afgewezen. In het ‘pensioenartikel’ uit het Verdrag Nederland-Portugal staat dat uitkeringen op grond van een sociale zekerheidsstelsel in beginsel in het woonland zijn belast. Dit is alleen anders wanneer

  1. de aanspraak daarop vrijgesteld was van belastingheffing en

  2. de uitkering niet tegen het algemene tarief wordt belast of voor minder dan 90% in de heffing wordt betrokken en

  3. de uitkering meer bedraagt dan € 10.000.

De inspecteur meent primair dat punt 1 en punt 2 niet zien op socialezekerheidsuitkeringen, maar alleen op pensioenen en lijfrenten. Hierdoor is alleen punt 3 van toepassing en hoeft niet aan de eerste twee punten te worden voldaan wanneer het gaat om socialezekerheidsuitkeringen. Omdat de uitkering meer dan € 10.000 bedraagt is het heffingsrecht daarover aan Nederland toegewezen. De rechtbank overweegt dat, onder meer, de tekst van het verdragsartikel niet duidelijk is, dat dit ook geldt voor de Engelse tekst en de toelichtende nota bij het Verdrag. Daarom stelt de rechtbank de volgende prejudiciële vragen aan de Hoge Raad en houdt de beslissing aan.

  1. Onder welke voorwaarden mag een uitkering betaald op grond van een bepaling van een socialezekerheidsstelsel van Nederland aan een inwoner van Portugal worden belast in Nederland? Indien uit het antwoord op deze vraag volgt dat ook relevant is op welke wijze de uitkering in Portugal in de belastingheffing wordt betrokken:

  2. Is daarvoor maatgevend de feitelijke belastingheffing in Portugal of is maatgevend hoe de uitkering volgens de Portugese belastingwetgeving in de belastingheffing wordt betrokken? Indien dat laatste het geval is, moet daarbij rekening worden gehouden met een eventuele maatregel ter voorkoming van dubbele belasting?

De rechtbank overwoog in deze zaak dat Hof Arnhem anders heeft geoordeeld, dan de uitleg van art. 18 lid 2 van het Verdrag Nederland-Portugal bij de Belastingdienst. De Belastingdienst voorstaat een grammaticale interpretatie van de tekst; in tegenstelling tot het hof. De uitkomst van deze zaak kan veel personen treffen die in Portugal wonen (maar ook in Albanië, omdat de verdragstekst met dat land dezelfde is) en een socialezekerheidsuitkering ontvangen.

Verdrag: art. 18 lid 2 Verdrag ter voorkoming van dubbele belasting Nederland-Portugal
Jurisprudentie: Rb. Zeeland-West-Brabant 15-4-2020, nr. BRE 18_4665 (ECLI:NL:RBZWB:2020:1764) en Rb. Zeeland-West-Brabant 17-4-2020, nr. AWB - 19_1920 (ECLI:NL:RBZWB:2020:1814); Hof Arnhem 3-10-2007, nr. 05-00412 (ECLI:NL:GHARN:2007:BB6073)

Loonzaken/Jacqueline Nietveld