Niet afgedragen loonheffing niet te verrekenen

16 juni 2020

Wanneer een bv niet als inhoudingsplichtige is aangemeld en geen loonheffing afdraagt, kan een dga de niet-ingehouden loonheffing niet verrekenen in zijn aangifte inkomstenbelasting.


Belanghebbende is in 2015 enig aandeelhouder en enig werknemer van de vennootschap (hierna: de bv). In de aangifte inkomstenbelasting 2015 heeft de dga loon van de bv aangegeven en daarbij vermeld dat er € 10.370 loonheffing door de bv is ingehouden. In 2016 is door de Belastingdienst een boekenonderzoek verricht bij de bv. Bij het onderzoek is geconstateerd dat geen recht bestaat op verrekening van de voorheffing, omdat de bv geen loonheffing heeft afgedragen.
De inspecteur heeft vervolgens een navorderingsaanslag inkomstenbelasting opgelegd over het jaar 2015 inclusief een vergrijpboete van 50%.
In geschil is of de loonheffing kan worden verrekend met de aanslag inkomstenbelasting en of de vergrijpboete terecht is opgelegd. De dga stelt dat de navorderingsaanslag onterecht is en geen vergrijpboete kan worden opgelegd. De inspecteur weerspreekt dit.
De hoofdregel is dat loonheffing wordt verrekend met de aanslag inkomstenbelasting (art. 9.2 lid 1 aanhef en onder a Wet IB 2001). Loonheffing wordt geheven door inhouding op het loon. Wanneer loonheffing niet is ingehouden, komt deze alleen voor verrekening in aanmerking als de belastingplichtige te goeder trouw is.
De rechtbank oordeelt dat de dga moet hebben geweten dat de jaaropgave niet klopte en kan dus niet als te goeder trouw worden aangemerkt. De bv had over 2015 en eerdere jaren geen loonadministratie gevoerd en zich nooit als inhoudingsplichtige aangemeld bij de Belastingdienst. Verder kan de dga voorwaardelijke opzet verweten worden, aangezien hij moet hebben geweten dat de primitieve aanslag inkomstenbelasting tot een te laag bedrag was opgelegd. De rechtbank acht de opgelegde vergrijpboete passend en geboden.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is in lijn met eerdere jurisprudentie over het recht op verrekening van niet-afgedragen loonheffing. De directeur-grootaandeelhouder die weet dat de bv niet aan haar verplichting tot afdracht zal voldoen, kan niet te goeder trouw zijn. Nu de bv niet als inhoudingsplichtige was aangemeld bij de Belastingdienst, kan de bv niet de intentie gehad hebben de loonheffing af te dragen aan de Belastingdienst.

Wet: art. 9.2 lid 1 aanhef en onder a Wet IB 2001
Jurisprudentie: Rb. Den Haag 2-3-2020, nr. AWB 19/4703 (ECLI:NL:RBDHA:2020:4886)

Loonzaken/Edith de Bourgraaf