Compensatieregeling CAF 11 opnieuw gepubliceerd

27 mei 2020

Financiën heeft het besluit Compensatieregeling CAF 11 en vergelijkbare (CAF-)zaken geactualiseerd. In paragraaf 2 Doelgroep zijn een aantal (CAF-)onderzoeken als waarschijnlijk vergelijkbaar en een aantal als mogelijk vergelijkbaar met CAF 11 door de Adviescommissie aangewezen.


Dit besluit voorziet in een compensatie voor de ouder die deel uitmaakte van het CAF 11-onderzoek, die deel uitmaakte van een vergelijkbaar (CAF-)onderzoek of die aannemelijk maakt dat de vaststelling van zijn aanspraak op kinderopvangtoeslag in enig jaar onderdeel is geweest van een institutioneel vooringenomen handelwijze van de Belastingdienst/Toeslagen.
De compensatieregeling geldt in deze situaties niet als er sprake is van een ernstige onregelmatigheid aan de kant van de ouder. De ouder kan tot en met 31 december 2023 bij de Belastingdienst/Toeslagen een verzoek tot vergoeding van de werkelijke schade indienen. Hierbij moet de ouder aannemelijk maken dat (en in welke mate) hij recht heeft op aanvullende compensatie voor werkelijke schade.

De toegekende compensatie op grond van deze regeling vormt geen inkomen uit werk en woning (box 1) in de zin van de Wet IB 2001. De compensatie, de aanvullende compensatie voor werkelijke schade en de extra compensatie vinden namelijk niet hun grond in een bron van inkomen. Nadat de ouder de vooraankondiging met betrekking tot het bedrag aan compensatie heeft ontvangen, maakt dit bedrag voor het bepalen van het inkomen uit sparen en beleggen (box 3) deel uit van de bezittingen van de ouder. De compensatie, de aanvullende compensatie voor de werkelijke schade en de extra compensatie kunnen als gevolg van het hogere inkomen uit sparen en beleggen (box 3) leiden tot een (hogere) vermogensrendementsheffing en kunnen – door de verhoging van het verzamelinkomen – ook leiden tot een lagere aanspraak op toeslagen. Het besluit is op 27 mei 2020 in werking getreden.

Bron: MvF 20-05-2020, nr. 95373 (Stcrt. 2020, 28700)