Per diem kan gericht zijn vrijgesteld

21 april 2020

Een daggeldvergoeding (per diem) van een piloot, ontvangen van een buitenlandse werkgever, is voldoende gespecificeerd als aangewezen en daarmee onbelaste vergoeding.


Belanghebbende woont in Nederland en is vanaf 28 september 2015 werkzaam als piloot. Hij is in dienstbetrekking bij een Ierse werkgever. Zijn thuisbasis was in 2015 een luchthaven in Duitsland (de basis). De werkgever is niet inhoudingsplichtig voor de Nederlandse loonheffingen.
Belanghebbende ontvangt een daggeldvergoeding (per diem) van € 4,60 per uur als hij niet op de basis is. Deze vaste vergoeding is vastgelegd in appendix B bij de arbeidsovereenkomst. Op basis van afspraken tussen de Europese Unie en de EASA (European Union Aviation Safety Agency) mogen ‘per diems’ de vastgestelde bedragen niet overschrijden: ‘per diems cover accommodation, meals, local travel within the place of mission and sundry expenses’.
Belanghebbende heeft in 2015 € 2.772,24 als ‘per diem’ ontvangen. Deze bedragen zijn niet in de jaaropgave van de werkgever opgenomen en belanghebbende heeft de ‘per diems’ niet in zijn aangifte inkomstenbelasting aangegeven.
In geschil is of de ‘per diem’ als gerichte vrijstelling een onbelaste kostenvergoeding vormt. Belanghebbende beantwoord deze vraag bevestigend. De inspecteur ontkennend.
Ondanks het ontbreken van een Nederlandse inhoudingsplichtige kan een deel van belanghebbende’s loon als onbelaste kostenvergoeding worden aangemerkt, indien en voor zover wordt voldaan aan de voorwaarden van art. 31a (gerichte vrijstelling) Wet LB 1964. Die bepaling moet zo worden uitgelegd dat de onbelaste looncomponenten vooraf door de werkgever aangewezen dienen te zijn. In de arbeidsovereenkomst en appendix B is een ‘per diem’ van € 4,60 per uur buiten de basis overeengekomen. Uit de criteria die in appendix B zijn vermeld, kan worden afgeleid dat de vergoeding ziet op eten, drinken en overnachtingen. De rechtbank oordeelt dat daarmee aannemelijk is gemaakt dat de ‘per diem’ in voldoende mate is gespecificeerd om als aangewezen, en daarmee onbelaste vergoeding te worden aangemerkt. Het beroep van belanghebbende is gegrond.

Het is internationaal gebruikelijk dat beloningen verkregen ter zake van een dienstbetrekking uitgeoefend aan boord van een luchtvaartuig dat in internationaal verkeer wordt geëxploiteerd, worden belast in de woonstaat. Dit heeft tot gevolg dat het buitenlandse loon moet worden omgerekend naar Nederlandse maatstaven. In deze omrekening mag ook de werkkostenregeling worden meegenomen.
De werkkostenregeling kent twee categorieën vrijgestelde vergoedingen, een forfaitaire vrijstelling op loonsomniveau (de vrije ruimte van 1,2%) en de zogenoemde gerichte vrijstellingen. De werkgever is geen eindheffing verschuldigd over deze vergoedingen mits ze vooraf zijn aangewezen als eindheffingsloon. In deze uitspraak is in geschil of voldoende onderbouwing aanwezig is om de ‘per diem’ aan te merken als gerichte vrijstelling. Dit is een feitelijke beoordeling die in deze uitspraak in het voordeel van belanghebbende wordt beslist.

Wet: art. 31a Wet LB 1964
Jurisprudentie: Rb. Den Haag 2-4-2020, nr. 19/4111 (ECLI:NL:RBDHA:2020:3408)

Loonzaken/Edith de Bourgraaf