Uitleg begrip internationaal verkeer

31 maart 2020

Door te kiezen voor een ruime (teleologische) uitleg van het begrip ‘internationaal verkeer’ dient het heffingsrecht over het inkomen van een werknemer volgens Rechtbank Noord-Nederland aan Zwitserland te worden toegewezen.


Een werknemer werkt aan boord van een pijplegschip voor de olie- en gasindustrie. Hij heeft de Nederlandse nationaliteit en hij woont in Nederland. Hij werkt heel 2014 voor een in Zwitserland gevestigde werkgever, waarvan de werkelijke leiding zich ook in Zwitserland bevindt. In 2014 heeft hij in verschillende landen gewerkt. Het schip waarop de werknemer werkt, vaart onder Panamese vlag. Het schip levert diensten zoals het leggen van pijpleidingen en het verwijderen van boorplatforms voor opdrachtgevers. De pijpsecties, benodigd voor het leggen van pijpleidingen, worden doorgaans in een haven in het schip geladen en vervoerd naar het project. Hiervoor heeft het schip de verplichte vrachtdocumenten, omdat de internationale autoriteiten de meegenomen pijpsecties als vracht zien. In zijn aangifte IB/Pvv voor 2014 heeft de werknemer verzocht om aftrek elders belast voor een deel toerekenbaar aan in Zwitserland verrichte werkzaamheden ter voorkoming van dubbele belastingheffing. De rechtbank stelt voorop dat het geschil tussen partijen de uitleg van een begrip uit het belastingverdrag Nederland-Zwitserland betreft. Het komt erop neer of de activiteiten van het schip waarop de werknemer in 2014 werkte kwalificeren als exploitatie in het ‘internationaal verkeer’ als bedoeld in art. 3 lid 3 onderdeel g van het belastingverdrag. De rechtbank overweegt dat de uitleg van dit artikel grammaticaal, wetshistorisch en teleologisch kan zijn. Op basis van de grammaticale uitleg van het artikel is geen sprake van internationaal verkeer. Hiervoor moet sprake zijn van ‘alle vervoer met een schip of luchtvaartuig, geëxploiteerd door een onderneming waarvan de plaats van werkelijke leiding in een Verdragsluitende Staat is gelegen, …’. Activiteiten waarbij het vervoer niet voorop staat, maar waarbij wel sprake is van enig vervoer, worden in het algemeen spraakgebruik niet als ‘vervoer’ aangeduid. Voor de wetshistorische interpretatie kijkt de rechtbank naar het OESO-commentaar bij het artikel in het Verdrag. In deze uitleg gaat het erom dat vervoersactiviteiten de core business van het bedrijf vormen. Ondersteunend vervoer alleen is niet genoeg voor de toepassing van de bepaling. Voor de teleologische interpretatie verwijst de rechtbank ook naar het commentaar op het OESO-modelverdrag. Het doel van het modelverdrag is het voorkomen van dubbele belasting door de meest voorkomende problemen op uniforme wijze op te lossen door een reeks eenvoudig te interpreteren en gemakkelijk toepasbare verdragsartikelen te formuleren. Doel en strekking van art. 15 lid 3 van het Verdrag is om ervoor te zorgen dat het loon dat werknemers verdienen aan boord van een schip of vliegtuig dat geëxploiteerd wordt in het internationale verkeer slechts in één staat belastbaar is. Anders zouden zij steeds nauwkeurig moeten bijhouden in welk land zij hun werkzaamheden hebben uitgevoerd en hun inkomen per land moeten splitsen, hetgeen met name lastig is wanneer zij op open zee werken. Gelet op het OESO-commentaar en de doel en strekking van de bepaling ligt het volgens de rechtbank voor de hand om de term ‘internationaal verkeer’ breder uit te leggen dan gevallen waarin het vervoer van personen en goederen de core business is van de onderneming. De rechtbank kijkt met name naar de uitleg van het commentaar bij het oorspronkelijke OESO-modelverdrag waarin de uitleg van ‘internationaal verkeer’ oorspronkelijk zo bedoeld is geweest. De rechtbank kiest ervoor om aan de teleologische interpretatie het meeste gewicht toe te kennen. Doel en strekking van het belastingverdrag staan hierbij voorop. De rechtbank oordeelt dat de term ‘in internationaal verkeer wordt geëxploiteerd’ zo moet worden uitgelegd dat alle activiteiten van schepen en vliegtuigen waarbij een of meerdere landsgrenzen worden overschreden daaronder vallen. Het heffingsrecht over het gehele loon van de werknemer over 2014 moet daarom volledig worden toegewezen aan Zwitserland, waar de werkgever is gevestigd.

In deze uitspraak komt de rechtbank tot de conclusie dat een wel zeer ruime (teleologische) interpretatie van het begrip ‘internationaal verkeer’ op zijn plaats is.

Wet: art. 15 lid 3 onderdeel c Verdrag Nederland-Zwitserland
Jurisprudentie: Rb. Noord-Nederland 16-03-2020, nr. AWB LEE - 18 _ 3770, (ECLI:NL:RBNNE:2020:1213)

Loonzaken/Jacqueline Nietveld