Verzuim eigenrisicodrager volgens HR te herstellen

31 maart 2020

Volgens de Hoge Raad is het mogelijk het verzuim, het te laat indienen van een garantieverklaring, te herstellen. Het gaat in dit geval specifiek om de overgang van eigenrisicodragerschap voor de WGA-vast naar eigenrisicodragerschap voor de WGA-vast en WGA-flex per 1 januari 2017


Een werkgever is eigenrisicodrager voor de Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsongeschikten (hierna: WGA) voor vaste werknemers. Met ingang van 1 januari 2017 kunnen werkgevers alleen nog eigenrisicodrager zijn voor de WGA voor zowel vaste werknemers als voor zogenoemde vangnetters (kort gezegd: flex-werknemers). Hiervoor hoeft de werkgever geen nieuwe aanvraag eigenrisicodragerschap in te dienen voor 1 januari 2017. Hij moet alleen uiterlijk 31 december 2016 een nieuwe garantieverklaring van de verzekeraar bij de Belastingdienst indienen. De werkgever accepteert op 14 december 2016 de offerte van de verzekeraar van 8 december 2016. Per abuis levert de verzekeraar de nieuwe garantie niet in bij de inspecteur. Op 3 februari 2017 beslist de inspecteur bij beschikking dat de werkgever geen eigenrisicodrager meer is voor de WGA. Op 13 februari 2017 levert de verzekeraar de garantieverklaring alsnog in bij de Belastingdienst middels een USB-stick. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft geoordeeld dat het eigenrisicodragerschap van de werkgever terecht op 1 januari 2017 is geëindigd wegens termijnoverschrijding voor het indienen van de garantieverklaring. De inspecteur heeft geen vrijheid om hiervan af te wijken. Dat de garantieverklaring per USB-stick is ingediend is niet in strijd met de wet, omdat de inspecteur die mogelijkheid met banken en verzekeraars heeft afgestemd. De Hoge Raad overweegt als volgt. Volgens rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep was op grond van de systematiek van de Wet Pemba, WAO en Wfsv geen sprake van een ‘harde termijn’ voor het indienen van een schriftelijke garantieverklaring en was er wel degelijk ruimte voor uitzonderingen. De Wet financiering sociale verzekeringen (hiern: Wfsv) verbindt geen gevolgen aan een verlate inlevering en het verval kan ook niet uit de wetsgeschiedenis worden afgeleid. De wetgever verwachtte dat eigenrisicodragers voor de WGA-vast, ook eigenrisicodrager voor de WGA-flex wilden worden en dat er geen breuk met bestaande situaties werd verwacht. Hiertoe was het niet nodig om een nieuwe aanvraag in te dienen en kon worden volstaan met het inleveren van een nieuwe garantieverklaring. De overgangsregeling van art. 122e Wfsv is in de kern dan ook een voorschrift van vooral administratieve aard, waarmee voor bestaande eigenrisicodragers eenmalig een eenvoudige overgang werd gefaciliteerd naar het eigenrisicodragerschap voor zowel WGA-vast als WGA-flex per 1 januari 2017. De inspecteur heeft de gedragslijn gevolgd dat de verzekeraar de nieuwe garantieverklaring rechtstreeks aan de inspecteur verstrekt. Hierdoor kon de situatie ontstaan dat de werkgever wel een verzekeringsdekking had voor zowel de WGA-vast als de WGA-flex, maar dat dit de inspecteur niet tijdig bekend was en dat de werkgever hiervan pas op de hoogte was door de beschikking van de inspecteur. Hoewel dit risico in beginsel voor de werkgever is, valt gelet op het voorgaande niet in te zien waarom herstel van het verzuim niet mogelijk is. De werkgever heeft de omissie zo spoedig mogelijk hersteld, hetgeen de inspecteur in bezwaar bekend was. De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van het hof. De beschikking moet zodanig gewijzigd worden dat de werkgever ook na 31 december 2016 eigenrisicodrager is voor zowel WGA-vast als WGA-flex.

Dit arrest is één van de vijf arresten in het kader van de overgang van het eigenrisicodragerschap voor de WGA-vast naar eigenrisicodragerschap voor de WGA-vast en WGA-flex per 1 januari 2017. Hierbij is door een fout van de verzekeraar steeds de garantieverklaring na 31 december 2016 naar de Belastingdienst gezonden. Opvallend is dat Hof Arnhem-Leeuwarden vond dat deze omissie tot gevolg had dat hierdoor het eigenrisicodragerschap eindigde en dat Hof Den Haag een andere mening was toegedaan. De A-G verklaarde het beroep in cassatie tegen de uitspraken van Hof Arnhem-Leeuwarden ongegrond.
Van belang te vermelden is dat er in deze zaken sprake was van een overgangsregeling van eigenrisicodragerschap WGA-vast naar eigenrisicodragerschap WGA-vast en WGA-flex. Voor een ‘normale’ aanvraag voor eigenrisicodragerschap WGA is een garantieverklaring nodig, die vóór de ingangsdatum tijdig is aangeleverd bij de Belastingdienst.

Wet: art. 122e Wfsv
Jurisprudentie: HR 27-3-2020, nr. 19/01054 (ECLI:NL:HR:2020:439), Hof Arnhem-Leeuwarden 15-1-2019, nr. 18/00906 (ECLI:NL:GHARL:2019:186), Rb. Gelderland 2-10-2018, nr. AWB - 17 _ 3604 (ECLI:NL:RBGEL:2018:4173); HR 27-3-2020, nr. 19/01058 (ECLI:NL:HR:2020:522); HR 27-3-2020, nr. 19/01057 (ECLI:NL:HR:2020:521); HR 27-3-2020, nr. 18/04202 (ECLI:NL:HR:2020:520); HR 27-3-2020, nr. 19/01056 (ECLI:NL:HR:2020:530); Hof Den Haag 28-8-2018, nr. BK-18/00504 en BK-18/00505 (ECLI:NL:GHDHA:2018:2220)
Zie ook: Wettelijke termijn Wfsv is fataal, 9-7-2019

Loonzaken/Jacqueline Nietveld