Algemene Ouderdomswet [Tekst geldig vanaf 19-03-2020]

Inhoudsopgave

Opschrift

Algemene Ouderdomswet

[Tekst geldig vanaf 19-03-2020]

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is regelen vast te stellen inzake een algemene, de gehele bevolking omvattende, verplichte verzekering tegen geldelijke gevolgen van ouderdom;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen

Artikel 1

1.

Voor de toepassing van deze wet en van de tot haar uitvoering genomen besluiten wordt verstaan onder:

  1. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

  2. lichamen: rechtspersonen, maat- en vennootschappen, samenwerkingsvormen zonder rechtspersoonlijkheid die met verenigingen maatschappelijk gelijk kunnen worden gesteld, ondernemingen van publiekrechtelijke rechtspersonen en doelvermogens;

  3. vreemdeling: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Vreemdelingenwet 2000;

  4. bruto-minimumloon: het in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag bedoelde bedrag;

  5. rechtens zijn vrijheid is ontnomen: rechtens zijn vrijheid is ontnomen, behoudens de gevallen, bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg en in de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten;

  6. justitiële inrichting: een penitentiaire inrichting of een inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden;

  7. continentaal plat: de exclusieve economische zone van het Koninkrijk, bedoeld in artikel 1 van de Rijkswet instelling exclusieve economische zone, voor zover deze grenst aan de territoriale zee van Nederland;

  8. vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel: een bij onherroepelijk geworden vonnis opgelegde vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel als bedoeld in het Wetboek van Strafrecht, behoudens de gevallen, bedoeld in artikel 37, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht;

  9. pensioengerechtigde leeftijd: leeftijd, bedoeld in artikel 7a , waarop recht op ouderdomspensioen ontstaat;

  10. aanvangsleeftijd: leeftijd, bedoeld in artikel 7a , met ingang waarvan een niet verzekerd tijdvak leidt tot een korting op het ouderdomspensioen;

  11. CBS: Centraal bureau voor de statistiek, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet op het Centraal bureau voor de statistiek;

  12. uitreiziger: persoon ten aanzien van wie op grond van een melding van de opsporingsdiensten of inlichtingen- en veiligheidsdiensten, gericht aan de Sociale verzekeringsbank, is gebleken dat het gegronde vermoeden bestaat dat deze persoon zich buiten Nederland bevindt met het doel om zich aan te sluiten bij een organisatie die is geplaatst op de lijst van organisaties, bedoeld in artikel 14, vierde lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap.

2.

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt gelijkgesteld met:

  1. echtgenoot: geregistreerde partner;

  2. echtgenoten: geregistreerde partners;

  3. gehuwd: als partner geregistreerd;

  4. gehuwde: als partner geregistreerde.

3.

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt:

  1. als gehuwd of als echtgenoot mede aangemerkt de ongehuwde meerderjarige die met een andere ongehuwde meerderjarige een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad;

  2. als ongehuwd mede aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is.

4.

Van een gezamenlijke huishouding is sprake indien twee personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins.

5.

Een gezamenlijke huishouding wordt in ieder geval aanwezig geacht indien de betrokkenen hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en:

  1. zij met elkaar gehuwd zijn geweest of eerder voor de toepassing van deze wet daarmee gelijk zijn gesteld;

  2. uit hun relatie een kind is geboren of erkenning heeft plaatsgevonden van een kind van de een door de ander;

  3. zij zich wederzijds verplicht hebben tot een bijdrage aan de huishouding krachtens een geldend samenlevingscontract; of

  4. zij op grond van een registratie worden aangemerkt als een gezamenlijke huishouding die naar aard en strekking overeenkomt met de gezamenlijke huishouding, bedoeld in het vierde lid.

6.

Bij algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld welke registraties, en gedurende welk tijdvak, in aanmerking worden genomen voor de toepassing van het vijfde lid, onderdeel d.

7.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van hetgeen wordt verstaan onder het hoofdverblijf in dezelfde woning hebben als bedoeld in het vierde en vijfde lid, aanhef, en het blijk geven zorg te dragen voor een ander als bedoeld in het vierde lid.

8.

Onder bloedverwant in de eerste graad als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, wordt mede verstaan een meerderjarig aangehuwd kind of een meerderjarig voormalig pleegkind van de ongehuwde meerderjarige.

9.

Onder voormalig pleegkind als bedoeld in het achtste lid wordt verstaan een pleegkind voor wie de ongehuwde meerderjarige een pleegvergoeding ontving of ontvangt op grond van de Wet op de jeugdzorg of de Jeugdwet, of kinderbijslag ontving op grond van de Algemene Kinderbijslagwet.

Artikel 2

Ingezetene in de zin van deze wet is degene, die in Nederland woont.

Artikel 3

 
 
 

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-1995]

 
 
 

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2001]

 
 
 

Hoofdstuk II. Kring der verzekerden

 
 
 

Artikel 6

 
 
 

Artikel 6a

 
 
 

Hoofdstuk III. Het ouderdomspensioen en de toeslag

 
 
 

§ 1. Het recht op ouderdomspensioen en toeslag

 
 
 

Artikel 7

 
 
 

Artikel 7a

 
 
 

Artikel 8

 
 
 

Artikel 8a

 
 
 

Artikel 8b

 
 
 

Artikel 8c

 
 
 

Artikel 8d

 
 
 

Artikel 9

 
 
 

Artikel 9a

 
 
 

Artikel 10

 
 
 

Artikel 11

 
 
 

Artikel 12

 
 
 

Artikel 12a

 
 
 

Artikel 13

 
 
 

Artikel 13a

 
 
 

§ 2. Toekenning, ingang, intrekking, herziening en betaling van het ouderdomspensioen

 
 
 

Artikel 14

 
 
 

Artikel 15

 
 
 

Artikel 16

 
 
 

Artikel 16a [Vervallen per 24-12-1999]

 
 
 

Artikel 17

 
 
 

Artikel 17a

 
 
 

Artikel 17b

 
 
 

Artikel 17c

 
 
 

Artikel 17d [Vervallen per 01-07-2009]

 
 
 

Artikel 17e

 
 
 

Artikel 17f [Vervallen per 01-07-2009]

 
 
 

Artikel 17g [Vervallen per 01-07-2009]

 
 
 

Artikel 17h [Vervallen per 01-01-2013]

 
 
 

Artikel 17i

 
 
 

Artikel 17j [Vervallen per 01-01-2017]

 
 
 

Artikel 18

 
 
 

Artikel 19

 
 
 

Artikel 19a

 
 
 

Artikel 19b

 
 
 

Artikel 20

 
 
 

Artikel 21

 
 
 

Artikel 22 [Vervallen per 01-10-2016]

 
 
 

Artikel 23

 
 
 

Artikel 24

 
 
 

Artikel 24a

 
 
 

Artikel 24b

 
 
 

Artikel 25

 
 
 

Artikel 25a

 
 
 

Artikel 26

 
 
 

Artikel 27 [Vervallen per 01-01-1995]

 
 
 

§ 3. Vakantie-uitkering

 
 
 

Artikel 28

 
 
 

Artikel 29

 
 
 

Artikel 29a [Vervallen per 01-04-1988]

 
 
 

Artikel 30 [Vervallen per 01-01-2005]

 
 
 

Artikel 31

 
 
 

Artikel 32

 
 
 

Artikel 33

 
 
 

§ 4. Inkomensondersteuning in aanvulling op het ouderdomspensioen

 
 
 

Artikel 33a

 
 
 

Hoofdstuk IV. De vrijwillige verzekering

 
 
 

Artikel 34

 
 
 

Artikel 35

 
 
 

Artikel 36

 
 
 

Artikel 37

 
 
 

Artikel 38

 
 
 

Artikel 39

 
 
 

Artikel 40

 
 
 

Hoofdstuk IVA. [Vervallen per 28-12-2012]

 
 
 

Artikel 41 [Vervallen per 01-01-1990]

 
 
 

Artikel 42 [Vervallen per 01-01-1990]

 
 
 

Artikel 43 [Vervallen per 01-01-1990]

 
 
 

Artikel 44 [Vervallen per 01-01-1987]

 
 
 

Artikel 45 [Vervallen per 09-05-2001]

 
 
 

Artikel 46 [Vervallen per 01-01-1990]

 
 
 

Hoofdstuk V. Gemoedsbezwaren

 
 
 

Artikel 47 [Vervallen per 01-01-2006]

 
 
 

Artikel 48

 
 
 

Hoofdstuk VI. Informatieverplichtingen

 
 
 

Artikel 49

 
 
 

Artikel 50

 
 
 

Hoofdstuk VII. Bepalingen in verband met de en het beroep in cassatie

 
 
 

Artikel 51

 
 
 

Artikel 51a [Vervallen per 01-01-2013]

 
 
 

Artikel 52

 
 
 

Artikel 53

 
 
 

Artikel 54 [Vervallen per 01-01-1994]

 
 
 

Hoofdstuk VIII. Overgangsbepalingen

 
 
 

§ 1. Het ouderdomspensioen van personen die vóór het in werking treden van de leeftijd van 15, doch nog niet die van 65 jaar hebben bereikt

 
 
 

Artikel 55

 
 
 

Artikel 56

 
 
 

Artikel 57

 
 
 

Artikel 58 [Vervallen per 01-01-2013]

 
 
 

Artikel 59 [Vervallen per 01-01-2013]

 
 
 

Artikel 60 [Vervallen per 01-01-2013]

 
 
 

Artikel 61 [Vervallen per 01-01-2013]

 
 
 

§ 2. Overige overgangsbepalingen

 
 
 

Artikel 62

 
 
 

Artikel 62a

 
 
 

Artikel 63 [Vervallen per 28-11-2014]

 
 
 

Artikel 63a

 
 
 

Artikel 64

 
 
 

Artikel 64a [Vervallen per 01-07-2011]

 
 
 

Artikel 64b

 
 
 

Artikel 64c

 
 
 

Artikel 64d

 
 
 

Artikel 64e

 
 
 

Hoofdstuk IX. Strafbepalingen

 
 
 

Artikel 65

 
 
 

Artikel 66 [Vervallen per 09-05-2001]

 
 
 

Artikel 67 [Vervallen per 01-07-2000]

 
 
 

Artikel 68 [Vervallen per 01-07-2009]

 
 
 

Artikel 69 [Vervallen per 09-05-2001]

 
 
 

Hoofdstuk X. Slotbepalingen

 
 
 

Artikel 70

 
 
 

Artikel 71

 
 
 

Artikel 72 [Vervallen per 08-07-1994]

 
 
 

Artikel 72a [Vervallen per 01-04-1988]

 
 
 

Artikel 73 [Vervallen per 08-07-1994]

 
 
 

Artikel 74 [Vervallen per 01-01-1990]

 
 
 

Artikel 75

 
 
 

Slotformulier en ondertekening