Geen loonvoordeel uit aandelenparticipatieplan

11 februari 2020

Aangezien er geen loonvoordeel is behaald bij de verkrijging van certificaten in het kader van een aandelenparticipatieplan is het niet langer relevant om te beoordelen of de naheffingsaanslag terecht is opgelegd.

Een werknemer is in juni 2008 in dienst getreden bij G bv. Kort daarna heeft hij 3.000.000 certificaten van aandelen in G bv verkregen tegen een prijs van € 0,10 per certificaat. De inspecteur is in juli 2011 geïnformeerd over het bestaan van het aandelenparticipatieplan voor de werknemers. In december 2013 legt de inspecteur een naheffingsaanslag loonheffingen over 2008 op aan G bv. Deze naheffingsaanslag heeft onder andere betrekking op de door de werknemer verkregen certificaten van aandelen in G bv. G bv heeft bezwaar gemaakt tegen de naheffingsaanslag.
Eind 2014 wordt een vaststellingsovereenkomst (hierna: VSO) gesloten ten aanzien van de waardering van de certificaten. Het belastbare loonvoordeel voor de (oud) werknemers wordt voor het jaar 2008 gesteld op € 0,15. Dit betekent een waarde van € 0,25 per certificaat. In de bijlage bij de vaststellingsovereenkomst staat dat de naheffing ten aanzien van de werknemer € 212.550 bedraagt.
In geschil is of de naheffingsaanslag in strijd met artikel 16 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is opgelegd. Om proceseconomische redenen behandelt de rechtbank eerst de vraag of de werknemer een loonvoordeel heeft genoten. De werknemer stelt zich op het standpunt dat hij met de verwerving van de certificaten van aandelen tegen een koopsom van € 0,10 per certificaat geen loonvoordeel heeft genoten.

Rechtbank Gelderland oordeelt dat de inspecteur niet aannemelijk heeft gemaakt dat de certificaten ten tijde van de verkrijging meer waard waren dan € 0,10 per stuk. De werknemer heeft dan ook geen loonvoordeel genoten bij de verkrijging van de certificaten. Volgens de rechtbank kloppen de aannames die de inspecteur aan zijn berekeningen ten grondslag legt niet. Ook acht de rechtbank niet van belang dat de Belastingdienst, G bv en de werknemers zijn overeengekomen dat de waarde per certificaat in 2007 € 0,40 bedraagt en dat een waarde van € 0,25 in 2008 dan niet te hoog is. Een tussen partijen overeengekomen waarde kan namelijk niet dienen als waarde in het economische verkeer van de certificaten van aandelen. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vermindert de naheffingsaanslag met € 212.550.

Nu naar het oordeel van de rechtbank geen sprake is van een loonvoordeel is beoordeling of de naheffingsaanslag terecht is opgelegd niet langer relevant. De waardering van werknemersparticipaties blijft een lastige materie die regelmatige tot discussie leidt. De werknemer heeft zich niet neergelegd bij de uitspraak van de rechtbank en heeft inmiddels hoger beroep ingesteld bij Hof Arnhem-Leeuwarden.

Wet : art. 16 AWR
Jurisprudentie: Rb. Gelderland 03-12-2019, nr. 15-01-2020 (ECLI:NL:RBGEL:2019:5573)

Loonzaken/Edith de Bourgraaf