Geen dekking verzuimverzekering voor statutair bestuurder

20 januari 2020

Nadat een arbeidsongeschikte werkneemster is benoemd als statutair bestuurder staakt een verzekeraar de uitkering op grond van de ziekteverzuimverzekering. Volgens Rechtbank Den Haag was dit terecht. Vanaf dat moment was de werkneemster volgens de polisvoorwaarden geen werknemer meer.

Een onderneming heeft maart 2017 een ziekteverzuimverzekering afgesloten bij een verzekeringsmaatschappij. De verzuimverzekering dekt de loondoorbetalingsverplichting van de onderneming ingeval een werknemer wegens arbeidsongeschiktheid uitvalt. Een werknemer in de aanvullende voorwaarden bij de polis gedefinieerd als “De persoon die een arbeidsovereenkomst met u heeft, en daardoor verplicht verzekerd is voor de WIA (Wet Werk naar Inkomen en Arbeidsvermogen, rechtbank). Bij een arbeidsovereenkomst moet er een gezagsverhouding zijn. Daarom rekenen wij bijvoorbeeld directeuren-grootaandeelhouders niet tot de werknemers.”

Een werkneemster was tot 25 januari 2018 bij de onderneming in dienst als administratief medewerker. Op 8 november 2017 is aan de verzekeringsmaatschappij gemeld dat zijn door ziekte 100 % arbeidsongeschikt is geworden. Hierop heeft de verzekeraar vanaf 8 november 2017 tot 25 januari 2018 dekking verleend in verband met de loondoorbetalingsverplichtingen.

Op 25 januari wordt de holdingstructuur van de onderneming gewijzigd. De beide aandeelhouders van de holding brengen hun aandelen onder in een stichting, waarbij de stichting certificaten van aandelen verstrekt aan beiden. De stichting krijgt een tweekoppig bestuur. Vervolgens wordt de arbeidsongeschikte werkneemster benoemd tot algemeen directeur en statutair bestuurder van de onderneming, alsmede tot enig statutair bestuurder van de holding. Tevens wordt zij op 25 januari 2018 benoemd tot bestuurder van de stichting, samen met haar echtgenoot.

De verzekeraar merkt de werkneemster sindsdien niet meer aan als werkneemster en staakt de uitkering voor haar. De onderneming is het hier niet mee eens en vordert dat de verzekeraar alsnog de uitkering vanuit de verzuimverzekering voldoet en deze continueert zolang de werkneemster daar recht op heeft.

De rechtbank is het niet eens met de zienswijze van de onderneming. Volgens de rechtbank sluit de definitie van werknemer zoals die is opgenomen in de aanvullende voorwaarden aan bij de definitie zoals die geldt voor de WIA. In die definitie wordt verwezen naar de Ziektewet, waarin is bepaald dat de arbeidsverhouding van een directeur-grootaandeelhouder (dga) niet wordt beschouwd als een dienstbetrekking ( art. 6 lid 1 aanhef en d ZW ). Dit is uitgewerkt in de Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder 2016. De ratio van het uitsluiten van de dga is dat er tussen een directeur-grootaandeelhouder en de vennootschap geen sprake kan zijn van een gezagsverhouding. De dga kan immers beslissen over zijn eigen ontslag. Aan een dga wordt gelijkgesteld een bestuurder die een zodanige zeggenschap heeft dat hij over zijn ontslag kan besluiten. En indien de bestuurder samen met zijn echtgenoot kan beslissen over zijn ontslag, wordt verondersteld dat de echtgenoot in dezelfde zin zal stemmen als hijzelf en dus niet van belang is hoe er daadwerkelijk wordt gestemd. Op grond hiervan komt de rechtbank tot het oordeel dat de bestuurder in deze casus niet is aan te merken als werknemer in de zin van de verzuimverzekering omdat er tussen haar en de onderneming geen sprake is van een gezagsverhouding en zij een zodanige zeggenschap heeft dat zij over haar eigen ontslag kan beslissen.

De onderneming heeft nog aangevoerd dat de huidige bevoegdheidsverdeling met betrekking tot het ontslag van de bestuurder op termijn mogelijk zou kunnen veranderen indien zou worden overgegaan tot decertificering van de aandelen. Maar dit is volgens de rechtbank niet van belang. De vraag of er sprake is van een gezagsverhouding in de zin van de polisvoorwaarden moet worden beoordeeld naar de situatie zoals die nu is. Ook het feit dat voor de werkneemster pensioen- en werknemerspremies zijn afgedragen maakt het oordeel niet anders, nu dat niet relevant is voor het antwoord op de vraag of er sprake is van een werknemer in de zin van de polisvoorwaarden.

Jurisprudentie: Rb. Den Haag 15-01-2020, C/09/572919 / HA ZA 19-448 (ECLI:NL:RBDHA:2020:131)