Schadevergoeding wegens niet beëindigen slapend dienstverband

16 januari 2020

Hof Den Bosch veroordeelt een werkgever tot betaling van een schadevergoeding ter hoogte van de transitievergoeding. Ondanks herhaalde verzoeken van de werknemer had de werkgever het slapende dienstverband van de werknemer niet beëindigd.

Een werknemer is op 1 juni 1989 bij een onderwijsinstelling in dienst getreden. Met ingang van 2 oktober 2016 kent het UWV aan de werknemer een WGA-uitkering toe, die per 19 juni 2018 is omgezet in een IVA-uitkering. Bij e-mail van 1 februari 2017 en 15 januari 2019 verzoekt de werknemer de werkgever verzocht om de arbeidsovereenkomst te beëindigen met toekenning van de transitievergoeding. De werkgever heeft dit niet gedaan. Bij brief van 12 maart 2019 zegt de werkgever de arbeidsovereenkomst op tegen 1 september 2019, omdat de werknemer eind augustus 2019 de AOW-gerechtigde leeftijd zal bereiken.

De kantonrechter heeft het verzoek van de werknemer om toekenning van de transitievergoeding afgewezen. In hoger beroep heeft de werknemer zijn verzoek gewijzigd in een verzoek om schadevergoeding.

Hof Den Bosch verwerpt het standpunt van de werkgever dat hij niet gehouden was om in te gaan op het voorstel van de werknemer om de arbeidsovereenkomst te beëindigen met toekenning van de transitievergoeding. Uit de uitspraak van de Hoge Raad van 8 november 2019 volgt dat de werkgever hiertoe wel verplicht was. De werkgever dient dan ook de schade van de werknemer als gevolg van het niet willen beëindigen te vergoeden. Dat mogelijk duizenden ex-werknemers in dat geval hun werkgever aansprakelijk kunnen stellen, maakt dit niet anders. De Hoge Raad heeft ook uitdrukkelijk overwogen dat het bijna bereikt hebben van de pensioengerechtigde leeftijd geen grond voor afwijzing van het verzoek van een werknemer kan zijn. Ook het feit dat de op het UWV te verhalen vergoeding mogelijk lager kan zijn dan de aan de werknemer verschuldigde transitievergoeding staat niet aan het verzoek van de werknemer in de weg. Indien de werkgever geen aanspraak meer kan maken op compensatie door het UWV, omdat de arbeidsovereenkomst al is geëindigd, komt dit voor zijn eigen rekening en risico. Overigens lijkt de tekst van art. 7:673e BW wel aanknopingspunten te bieden voor een recht op compensatie van de werkgever. De werknemer heeft zijn verzoek tot schadevergoeding beperkt tot het bedrag aan transitievergoeding berekend op het moment dat de loondoorbetalingsverplichting van de werkgever eindigde. Dit bedrag wordt toegewezen (€ 77.000).

Wet: art. 7:611 , 7:669 ; 7:673 , 7:673e BW
Jurisprudentie: Hof Den Bosch 9-01-2020, 200.261.977_01 (ECLI:NL:GHSHE:2020:31); HR 8-11-2019, nr. 19/01873 (ECLI:NL:HR:2019:1734)
Zie ook: Loonzaken 2019 nr. 8, Wake-up call voor werkgevers