Verzoek om dispensatie afgewezen

15 januari 2020

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan een onderneming dispensatie verlenen voor toepassing van een algemeen verbindend verklaarde cao. Bij een dispensatieverzoek moet men dan wel motiveren dat wegens zwaarwegende argumenten toepassing van de desbetreffende algemeen verbindend verklaarde cao redelijkerwijze niet kan worden gevergd.

Payned is een payroll-bedrijf dat verschillende keren om dispensatie heeft verzocht van de algemeen verbindend verklaarde ABU-cao. Dit zonder succes. Ook bij de Raad van State krijgt het bedrijf geen gehoor voor haar standpunt.

Payned betoogt bij de Raad van State onder meer dat de rechtbank de toepassing door de minister van het Toetsingskader op onjuiste wijze heeft getoetst. Payned voert aan dat de rechtbank niet heeft onderkend dat voor dispensatie volgens het Toetsingskader niet is vereist dat naast het bestaan van zwaarwegende argumenten tevens moet worden vastgesteld dat de toepassing van de algemeen verbindend verklaarde cao-bepalingen redelijkerwijze niet kan worden gevergd. Het bestaan van zwaarwegende argumenten is voldoende voor verlening van dispensatie, aldus Payned.

De Raad van State oordeelt dat dit betoog faalt. Volgens het Toetsingskader dient degene die om dispensatie verzoekt te motiveren dat wegens zwaarwegende argumenten toepassing van de desbetreffende algemeen verbindend verklaarde cao redelijkerwijze niet kan worden gevergd. Volgens het Toetsingskader is van zwaarwegende argumenten met name sprake als specifieke bedrijfskenmerken op essentiƫle punten verschillen van ondernemingen die tot de werkingssfeer van die cao gerekend kunnen worden. Het Toetsingskader brengt met zich dat de aan het verzoek om dispensatie ten grondslag gelegde argumenten zodanig zwaarwegend dienen te zijn dat toepassing van de algemeen verbindend verklaarde bepalingen uit de ABU-cao 2017-2019 redelijkerwijs niet van Payned kan worden gevergd. Payned kan derhalve niet worden gevolgd in haar standpunt dat geen betekenis toekomt aan de vraag of toepassing van die bepalingen redelijkerwijze kan worden gevergd. Gelet daarop komt de Raad van State tot de conclusie dat in het aangevoerde geen grond is gelegen voor het oordeel dat de rechtbank een onjuist toetsingskader heeft toegepast.

Wet: Toetsingskader Algemeen Verbindend Verklaring CAO-bepalingen
Jurisprudentie: RvS 18-12-2019, 201805869/1/A3 (ECLI:NL:RVS:2019:4212)

mr. dr. Esther Koot-van der Putte, Cao-recht Advies en Opleiding, www.cao-recht.nl