Implementatiewet herziene detacheringsrichtlijn

16 december 2019

Op 12 december is de implementatiewet herziene detacheringsrichtlijn naar de Tweede Kamer gestuurd. De implementatiewet regelt dat werknemers uit andere EU-lidstaten die voor hun buitenlandse werkgever tijdelijk in Nederland komen werken voor een tijdelijke klus recht krijgen op aanvullende arbeidsvoorwaarden. Het belangrijkste uitgangspunt is gelijke beloning voor gelijk werk op dezelfde plaats.

De herziene detacheringsrichtlijn, Richtlijn EU 2018/957, is gericht op een nieuwe, betere balans tussen vrije dienstverlening binnen de EU en de bescherming van de rechten van gedetacheerde werknemers. Deze vorig jaar juni aangenomen richtlijn moet uiterlijk 30 juli 2020 geïmplementeerd zijn.

Op grond van de detacheringsrichtlijn uit 1996 (Richtlijn 96/71/EG) hebben deze werknemers al recht op een aantal Nederlandse arbeidsvoorwaarden en –omstandigheden. Die zijn vastgelegd in wettelijke bepalingen of in algemeen verbindend verklaarde cao’s. Deze voorwaarden gaan onder meer over minimumbeloning, werk- en rusttijden, vakantiedagen, arbeidsomstandigheden en gelijke behandeling.

Om gedetacheerde werknemers beter te beschermen, wordt de bestaande richtlijn uit 1996 nu uitgebreid. Zo komen er nu bepalingen over huisvesting en aanvullende vergoedingen bij. Als een gedetacheerde werknemer meer dan twaalf maanden in Nederland heeft gewerkt, gelden er nog meer arbeidsvoorwaarden. Dat betekent dat vrijwel het hele wettelijke regime van het tijdelijke werkland van toepassing wordt (ontslagrecht en aanvullende bedrijfspensioenregelingen uitgezonderd). De periode van twaalf maanden kan onder voorwaarden verlengd worden naar achttien maanden.

De rechten van gedetacheerde uitzendkrachten worden hiermee bijna helemaal gelijkgetrokken met die van nationale uitzendkrachten. Uitzendbureaus blijven daarbij verantwoordelijk voor hun werknemers, ook als een uitzendkracht door de opdrachtgever wordt doorgezonden naar een tweede opdrachtgever.

Bron: Min SZW 12-12-2019; TK 2019-2020, 35358, nr. 2 en 3