Pensioenpremie als negatief loon

12 december 2019

Een werknemer kan in bepaalde situaties de door hemzelf betaalde pensioenpremie als negatief loon in aanmerking nemen bij de aangifte IB. Voorwaarde is dat de betaalde pensioenpremie niet in de loonheffing is betrokken en blijft binnen de begrenzingen die in de wet- en regelgeving zijn gesteld.

In een aantal situaties betalen werknemers die deelnemen aan de pensioenregeling van een beroepspensioenfonds zelf de pensioenpremie aan dat fonds. Deze premie komt dan niet in mindering op het in de loonheffing betrokken loon uit de dienstbetrekking. Ook krijgen deze werknemers geen vergoeding van de werkgever voor de betaalde pensioenpremie. In een nieuw V&A-besluit geeft het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen aan dat de werknemer de betaalde pensioenpremie in de aangifte inkomstenbelasting als negatief loon kan opnemen. Voorwaarde is wel dat de pensioenregeling waarvoor de premie is betaald, blijft binnen de grenzen die zijn opgenomen in de Wet op de loonbelasting 1964 (hoofdstuk IIB en VIII) en de daarop gebaseerde regelgeving.

Krijgt de werknemer ter zake van de aan het beroepspensioenfonds betaalde pensioenpremie een vergoeding van de werkgever, dan behoort deze vergoeding tot het loon uit de dienstbetrekking. De werknemer kan de betaalde pensioenpremie vervolgens als negatief loon opnemen in de aangifte inkomstenbelasting. De door een ondernemer voor de deelname aan een beroepspensioenregeling betaalde pensioenpremie kan met inachtneming van de regels van art. 3.18 Wet IB 2001 in aftrek worden gebracht bij het bepalen van de winst uit onderneming.

Wet: art. 3.18 Wet IB 2001 ; art. 18 e.v. Wet LB 1964
Bron: Centraal Aanspreekpunt Pensioenen 11-12-2019, V&A 19-010