Cao Levensmiddelenbedrijf niet op gehele concern van toepassing

04 december 2019

In een door vakbond FNV aangespannen zaak heeft de kantonrechter te Amsterdam geoordeeld dat alleen de verkooptak van online supermarkt Picnic onder de cao Levensmiddelenbedrijf valt. Voor de andere vennootschappen van Picnic, die zich bezighouden met onder andere opslag, distributie en softwareontwikkeling, geldt dat niet.

Het concern van online supermarkt Picnic bestaat uit meerdere vennootschappen. Bij het bedrijf werken onder meer 2.500 uitzendkrachten van verschillende uitzendbureaus. Het merendeel van de uitzendkrachten is werkzaam bij Picnic Fulfilment en Picnic Hubs. FNV wil dat bij de verschillende vennootschappen van Picnic de cao Levensmiddelenbedrijf wordt toegepast.

Voor de beantwoording van de vraag of de verschillende vennootschappen van Picnic onder de cao Levensmiddelenbedrijf vallen, beantwoordt de kantonrechter aan de hand van de zogenoemde cao-norm. Dit houdt in dat aan een bepaling in een cao een uitleg naar objectieve maatstaven moet worden gegeven. Daarbij zijn in beginsel de bewoordingen van de bepalingen, gelezen in het licht van de gehele tekst van de cao, van doorslaggevende betekenis.

In de werkingssfeerbepaling van de cao is opgenomen dat de cao van toepassing is op werknemers (art. 2d cao: elke persoon in dienst bij de werkgever) die een arbeidsovereenkomst hebben met een werkgever (art. 2c cao: een natuurlijke of rechtspersoon die één of meer winkels in de zin van de cao exploiteert). Onder winkel (art. 2a cao) wordt, kort gezegd, verstaan iedere fysieke en virtuele inrichting waar overwegend een verscheidenheid aan verbruiksartikelen worden verkocht.

Volgens FNV moet voor het begrip werkgever in het kader van de cao niet alleen met worden gekeken naar de activiteiten die in de betreffende, afzonderlijke vennootschap plaatsvinden. Volgens FNV moeten daarbij alle activiteiten van de verschillende Picnic-vennootschappen in samenhang worden bezien. Gezamenlijk exploiteren ze een (virtuele) winkel. Picnic bestrijdt dit standpunt en verwijst naar het arrest van de Hoge Raad van 23 september 2016 waarbij de Hoge Raad (inzake de cao Gemaksvoedingsindustrie) oordeelde dat, ook indien sprake is van samenwerking in een groep of concern door meerdere rechtspersonen, voor iedere rechtspersoon afzonderlijk dient te worden bezien of de cao van toepassing is.

Volgens de kantonrechter komt het betoog van FNV er op neer dat de werkingssfeerbepaling van de cao ruim moet worden opgevat. Volgens FNV dient de uitspraak van de Hoge Raad ‘a contrario’ te worden uitgelegd, zodat conform de werkingssfeer van de cao meerdere werkgevers (meerdere vennootschappen) tezamen één of meer winkels kunnen exploiteren.

Naar het oordeel van de kantonrechter is echter in de definitiebepalingen noch elders in de cao een aanknopingspunt te vinden voor de opvatting dat het begrip ‘werkgever’ zo moet worden opgevat dat daaronder ook rechtspersonen kunnen worden geschaard die weliswaar niet zelf een winkel exploiteren, maar waarvan de activiteiten op een of andere manier samenhangen met het exploiteren van een winkel door een andere rechtspersoon die binnen dezelfde groep of hetzelfde concernverband opereert. De conclusie is dan ook dat de cao Levensmiddelen alleen van toepassing is op Picnic Services bv, maar dat op de overige vennootschappen binnen het concern die cao niet van toepassing is.

Jurisprudentie: Ktr. Amsterdam 3-12-2019, 7825072 CV EXPL 19-12748 (ECLI:NL:RBAMS:2019:8968); HR 23-09-2016, 15/02141 (ECLI:NL:HR:2016:2171)