Woning bleef tijdens uitzending eigen woning

18 november 2019

Volgens Hof Den Bosch voldeden de afspraken in de bruikleenovereenkomsten met een stiefdochter en anderen aan de voorwaarden voor de kraakwachtuitzondering. De woning kon daardoor tijdens de uitzending van de werknemer als eigen woning worden aangemerkt.

Een werknemer is in de periode van 7 november 2007 tot en met 23 september 2014 door zijn werkgever uitgezonden geweest naar Rusland waar hij een woning huurde. Op 24 september 2014 is hij teruggekeerd in Nederland. De werknemer beschikte al die over een eigen woning in Nederland. In de periode 13 november 2007 tot 15 december 2008 heeft niemand in de woning gewoond. Vanaf 15 december 2008 heeft zijn stiefdochter met één of meer personen/studentes in de woning gewoond op grond van een bruikleenovereenkomst. In zijn aangiften IB over de jaren 2010 tot en met 2014 heeft de man telkens een negatief inkomen uit eigen woning aangegeven.   

In geschil is of de woning van belanghebbende in Nederland tijdens de uitzending als eigen woning kwalificeert.  

Hof Den Bosch heeft uit de bruikleenovereenkomsten opgemaakt dat de gebruikers er zorg voor dragen dat de woning niet wordt gekraakt. Behoudens een geringe bijdrage, hoeven ze geen vergoeding voor het verblijf te betalen. Daarnaast moeten ze de woning verlaten zodra de man dat noodzakelijk acht. Naar het oordeel van het Hof wordt de woning niet aan derden ter beschikking gesteld in de zin van art. 3.111 lid 6 Wet IB 2001. Het hof verwijst naar de kraakwachtsituatie zoals omschreven in de uitspraak van de Hoge Raad van 7 juni 2013. Dat de term ‘kraakwacht’ niet in de overeenkomsten is genoemd, is volgens het hof niet van belang. Aldus is de woning tijdens de uitzending als eigen woning aan te merken.  
 De Hoge Raad oordeelt dat de middelen of klachten niet tot cassatie kunnen leiden (art. 81 Wet RO). Het hoger beroep van de staatssecretaris is ongegrond. Het gelijk is aan belanghebbende.  

 

Woningeigenaren die langdurig in het buitenland verblijven voldoen niet meer aan de hoofdregel van art. 3.111 Wet IB 2001 dat de woning hun hoofdverblijf is. Indien de eigenaar tijdelijk in het buitenland verblijft, is deze situatie ongewenst. Daarom is onder voorwaarden toegestaan dat de woning ondanks het verblijf in het buitenland kan worden aangemerkt als hoofdverblijf. Dit is het geval als: 

  • de woning de belastingplichtige gedurende tenminste één jaar als eigen woning ter beschikking heeft gestaan; en  

  • de woning niet aan derden ter beschikking wordt gesteld; en 

  • de belastingplichtige tezamen met zijn partner niet met betrekking tot een andere woning belastbare inkomsten uit eigen woning geniet.  

In de jurisprudentie is een uitzondering gemaakt voor het ter beschikking stellen aan derden. De Hoge Raad heeft op 7 juni 2013 beslist dat geen sprake is van ter beschikking stellen aan derden in het geval van een kraakwacht. Van ter beschikking stellen aan derden is volgens de Hoge Raad geen sprake in een geval waarin met een derde is overeengekomen dat hij er zorg voor zal dragen dat de woning niet wordt gekraakt, en deze derde, behoudens een beperkte bijdrage in de energiekosten, geen vergoeding hoeft te betalen voor het daarmee gepaard gaande verblijf in de woning en hij de woning zal moeten verlaten zodra de eigenaar dat noodzakelijk acht. Dat die zogenoemde kraakwacht in het kader van de met hem overeengekomen werkzaamheid verblijf houdt in de woning, doet daaraan volgens de Hoge Raad niet af. Het hof heeft in bovenstaande casus m.i. terecht geoordeeld dat de afspraken in de bruikleenovereenkomsten voldoen aan de voorwaarden voor de kraakwachtuitzondering. De woning kwalificeert tijdens de uitzending als eigen woning waardoor de hypotheekrente aftrekbaar blijft. 

Wet: art. 3.111 Wet IB 2001
Jurisprudentie: HR 8-11-2019, 19/00779 (ECLI:NL:HR:2019:1716); Hof Den Bosch 31-12-2018, 17/00814 t/m 17/00818 (ECLI:NL:HR:2018:5487); Rb. Zeeland West-Brabant 11-10-2017, AWB 16_3875 (ECLI:NL:RBZWB:2017:6813); HR 7-06-2013, 12/05459 (ECLI:NL:HR:2013:CA2316)

Loonzaken/Edith de Bourgraaf