Geen arbeidskorting over uitkering werkende Wajong-er

11 november 2019

Volgens Rechtbank Noord-Nederland is er geen sprake van rechtsongelijkheid doordat over de uitkering van een werkende Wajong-gerechtigde de arbeidskorting niet van toepassing is.

Een werknemer met een Wajong-uitkering is fulltime in dienst van een detacheringsbedrijf. In 2016 en 2017 vult het UWV zijn loon aan tot het minimumloon (op grond van de Wajong-regeling). In geschil voor de rechtbank is of zijn Wajong-uitkering terecht is aangemerkt als inkomen uit vroegere dienstbetrekking, waarop de arbeidskorting niet van toepassing is. De werknemer is van mening dat er sprake is van strijd met het gelijkheidsbeginsel en dat een objectieve en redelijke rechtvaardiging daarvan ontbreekt. De aanmerking als inkomen uit vroegere dienstbetrekking van de Wajong-uitkering is discriminatoir ten opzichte van werkenden (al dan niet met een arbeidsbeperking) die, al dan niet met een aan de werkgever betaalde (loonkosten)subsidie, ook fulltime werken voor een minimumloon waarop wel de arbeidskorting van toepassing is.

De rechtbank overweegt dat de Wajong-uitkering als inkomen uit vroegere dienstbetrekking wordt gekwalificeerd door de wet. Een beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt volgens de rechtbank. Hiervoor verwijst de rechtbank naar een arrest van de Hoge Raad van 22 november 2013. In dit arrest staat onder meer dat alleen sprake is van discriminatie indien het gemaakte onderscheid geen gerechtvaardigde doelstelling heeft of indien er geen redelijke verhouding bestaat tussen de maatregel die het onderscheid maakt en het daarmee beoogde gerechtvaardigde doel. Hierbij komt op fiscaal gebied aan de wetgever over het algemeen een ruime beoordelingsvrijheid toe bij het beantwoorden van de vraag of gevallen voor de toepassing van de bedoelde verdragsbepalingen als gelijk moeten worden beschouwd en of, in het bevestigende geval, een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat om die gevallen niettemin in verschillende zin te regelen.

Verder overweegt de rechtbank dat de arbeidskorting bedoeld is ter stimulering van het verrichten van betaalde arbeid, vergroting van de afstand tot een uitkering en het hebben van een positief effect op armoedeval. De rechtbank oordeelt dat de keuze van de wetgever om onderscheid te maken tussen loon uit tegenwoordige en loon uit vroegere dienstbetrekking geen redelijke grond ontbreekt. De wetgever heeft namelijk beoogd het verrichten van betaalde arbeid te stimuleren. Veel jonggehandicapten zijn niet in staat om met betaalde arbeid (volledig) in hun inkomensbehoefte te voorzien. Daarvoor is de jonggehandicaptenkorting van toepassing en die korting is in dit geval ook verleend. Bovendien heeft de Hoge Raad in het arrest van 28 januari 2005 over een vergelijkbare situatie geoordeeld: “Weliswaar  zijn de inkomsten uit arbeid van beiden gelijk, maar ten aanzien van die collega bestaan die inkomsten geheel uit inkomsten die de onmiddellijke tegenprestatie voor de verrichte arbeid vormen, terwijl zij ten aanzien van belanghebbende voor een deel - de Wajong-uitkering - bestaan uit inkomsten die niet als een onmiddellijke tegenprestatie voor de verrichte arbeid kunnen worden beschouwd. Dit is een verschil op grond waarvan de wetgever in redelijkheid heeft kunnen oordelen dat voor de toepassing van het arbeidskostenforfait geen sprake is van gelijke gevallen.”

De rechtbank oordeelt dat er in het onderhavige geval geen feiten en omstandigheden zijn die tot een ander oordeel zouden leiden. De Wajong-uitkering vormt geen onmiddellijke tegenprestatie voor verrichte arbeid. Het gaat om een uitkering ter vervanging van gederfde inkomsten in verband met het beperkte arbeidsvermogen van de werknemer. Hierdoor is er geen sprake van rechtsongelijkheid. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. 

Loon uit vroegere dienstbetrekking is het loon waartegenover niet direct als tegenprestatie verrichte arbeid staat. Het vindt in het algemeen wel zijn oorzaak in voorheen verrichte arbeid. Daarbij is het niet van belang of de dienstbetrekking al is geëindigd of niet op het tijdstip waarop het loon uit vroegere dienstbetrekking wordt genoten. In art. 11 UBLB 1965 worden een aantal uitkeringen genoemd, die loon uit vroegere arbeid vormen. De kwalificering als loon uit vroegere dienstbetrekking (of arbeid) is met name van belang voor de toe te passen loonbelastingtabel. 

 

Wet: art. 10 Wet LB 1964; art. 11 UBLB 1965

Jurisprudentie: Rb. Noord-Nederland 22-10-2019, nr. AWB - 19_504 (ECLI:NL:RBNNE:2019:4440); HR 22-11-2013, nr. 13/01154 (ECLI:NL:HR:2013:1206); HR 28-01-2005, nr. 40.045 (ECLI:NL:HR:2005:AS4112)

Loonzaken/Jacqueline Nietveld