Wetsvoorstel wijziging Wajong aangenomen door Tweede Kamer

11 november 2019

De Tweede Kamer heeft op 7 november 2019 ingestemd met het wetvoorstel voor wijziging van de Wajong (35 213). De wijzigingen zijn gericht op verdere activering van de participatie van jonggehandicapten en het harmoniseren van de verschillende regimes Wajong. De meeste nieuwe regels gaan in de eerste helft van 2020 in. De regels die te maken hebben met de hoogte van de Wajong-uitkering gaan per 2021 in.

De aanleiding voor deze wijzigingen is een evaluatie van de Wajong in 2018. Daarbij is gebleken dat het systeem van verschillende regelingen in de Wajong ingewikkeld is en dat er regels zijn die tot gevolg hebben dat mensen met een Wajong-uitkering juist niet mee doen. Omdat ze bijvoorbeeld niet extra gaan verdienen als ze meer gaan werken, omdat ze gekort worden als ze gaan studeren of omdat ze niet durven te gaan werken uit angst niet terug te kunnen in de Wajong als ze hun baan verliezen. In dit voorstel zijn daarom maatregelen uitgewerkt die ervoor zorgen dat meer werken loont, dat Wajongers altijd terug kunnen vallen op de Wajong en dat Wajongers hun uitkering behouden als zij onderwijs volgen.

Enkele onderdelen uit het wetsvoorstel:

  • een garantietermijn van twaalf maanden;

  • mensen die arbeidsongeschikt zijn, minder dan 20% arbeidsvermogen hebben en toch een klein beetje werken mogen ook van iedere verdiende euro 30 cent houden;

  • iedere werkende Wajongere heeft altijd minimaal hetzelfde inkomen als iemand zonder Wajong maar met dezelfde functieloon en uren werk.

Voor dit wetsvoorstel is jaarlijks ruim 20 miljoen beschikbaar.

UWV gaat voor alle Wajongers de nieuwe regels met de oude regels vergelijken. Als de uitkering op basis van de nieuwe regels lager uit zou komen dan de oude uitkering, krijgt de Wajongere een garantiebedrag. Blijft men werken in dezelfde baan met hetzelfde aantal uren of meer uren dan heeft men recht op het garantiebedrag. Dit kan duren tot de AOW. Bij baanverlies vervalt men weer terug op het garantiebedrag als men binnen twaalf maanden weer aan het werk is met hetzelfde inkomen. Deze termijn kan langer zijn als men naast de WW-uitkering ook aanspraak blijft maken op het garantiebedrag. Het garantiebedrag compenseert dus het verschil. Bijvoorbeeld als men nu werkt in de voortgezette werkregeling (dat zijn er nu circa 2000 mensen). Mensen die nu in de Bremanregeling vallen (3.000) blijven met de aangenomen aanpassingen onder de nieuwe regels aangevuld worden tot het functieloon.

Het wetsvoorstel ligt nu voor verdere behandeling bij de Eerste Kamer.

Bron: Min SZW 7-11-2019