Ook in 2025 AOW-leeftijd op 67 jaar

04 november 2019

De AOW-leeftijd blijft na uitwerking van het pensioenakkoord ook in 2025 op 67. Dat schrijft minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op 1 november 2019 in een brief aan de Tweede Kamer op basis van CBS-prognoses over de gemiddelde resterende levensverwachting op 65-jarige leeftijd.

In het pensioenakkoord is afgesproken dat de AOW-leeftijd de komende jaren in vertraagd tempo stijgt tot 67 jaar in 2024. Daarna wordt beoogd de AOW-leeftijd langzamer te laten stijgen dan de levensverwachting. Dit betekent dat elk jaar levenswinst wordt vertaald in gemiddeld acht maanden langer doorwerken en gemiddeld vier maanden langer AOW-pensioen. De voorbereidingen voor het betreffende wetsvoorstel zijn gestart. Minister Koolmees informeert de Tweede kamer voor de zomer van 2020 over de voortgang.

Het CBS heeft op 1 november 2019 de raming van de gemiddelde resterende levensverwachting op 65-jarige leeftijd voor 2025 en 2031 bekendgemaakt. Het CBS gaat in de nieuwe prognoses uit van een gemiddelde resterende levensverwachting op 65-jarige leeftijd van 20,75 jaar in 2025 en van 21,43 jaar in 2031.

Omdat de AOW-leeftijd in 2025 voor 1 januari 2020 moet worden vastgesteld, gebeurt dit nog volgens de huidige wetgeving. Op basis hiervan blijft de AOW-leeftijd in 2025 staan op 67 jaar en drie maanden. Zodra de afspraak uit het pensioenakkoord een wettelijke grondslag heeft, komt de AOW-leeftijd ook in 2025 uit op 67 jaar. De Wet temporisering verhoging AOW-leeftijd is inmiddels aangenomen en gepubliceerd. Deze wet, waarin de afspraken over de verhoging van de AOW-leeftijd tot en met 20124 zijn vastgelegd treedt per 1 januari 2020 in werking. De afspraak uit het Pensioenakkoord over de 2/3-koppeling van de verhoging AOW-leeftijd aan de stijging van de levensverwachting moet nog in de wet worden vastgelegd.

De pensioenrichtleeftijd is op een vergelijkbare wijze gekoppeld aan de levensverwachting. Op grond van art. 18a lid 8 Wet LB 1964 en de prognose van de gemiddelde resterende levensverwachting op 65-jarige leeftijd in 2031 blijft ook in 2021 de pensioenrichtleeftijd 68 jaar.

Bron: Min SZW 1-11-2019, nr. 2019-0000151204