Gehele pensioen vormde Zvw bijdrage-inkomen

28 oktober 2019

Volgens Hof Amsterdam was het gehele pensioen van een gescheiden pensioengerechtigde - inclusief het aan de ex-echtgenote doorbetaalde deel - terecht aangemerkt als bijdrage-inkomen in de zin van de Zorgverzekeringswet (Zvw).

Een pensioengerechtigde was van oktober 1966 tot oktober 1994 gehuwd. In het echtscheidingsconvenant is vastgelegd dat de ex-echtgenote recht heeft op een deel van het pensioen van de man uit hoofde van de pensioenverrekening op grond van het arrest van de Hoge Raad uit 1981 inzake Boon/Van Loon. Verrekening zal plaatsvinden in de vorm van een voorwaardelijke uitkering naarmate de pensioenuitkeringen opeisbaar worden. In 2003 is de man met pensioen gegaan en het ABP maakt het deel van het pensioen van de ex-echtgenote rechtstreeks aan haar over. In 2013 verzoekt de man om restitutie van een deel van de bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) over 2012 en 2013. Aan het ABP bericht hij dat het ABP geen melding maakt van de betalingen aan de ex-echtgenote, waardoor de Belastingdienst denkt dat het gehele pensioen alleen hem toekomt. Het beste zou zijn als het ABP vóór uitbetaling aan de ex-echtgenote de inhoudingen bij haar laat plaatsvinden. Het ABP antwoordt dat het niet mogelijk is om een machtiging fiscaal te belasten, omdat het bij een machtiging altijd om een netto bedrag gaat. De inspecteur van de Belastingdienst antwoordt dat de bijdrage Zvw plaatsvindt over het bijdrage-inkomen. Dit is het belastbaar loon conform de Wet LB 1964. Het gehele pensioen vormt bij de man het belastbaar loon. Daarnaast heeft hij een alimentatieverplichting jegens zijn ex-echtgenote, waardoor hij of het ABP in dit geval een deel van het netto pensioen aan de ex-echtgenote moet doorstorten. Als de alimentatie-uitkering aan de ex-echtgenote ook vóór 2006 door haar is genoten, is het percentage inkomensafhankelijke bijdrage Zvw voor de ontvangende partij nihil. Alleen wanneer het ABP de brutobedragen zou splitsen, zou de pensioengerechtigde geen bijdrage Zvw verschuldigd zijn over het deel van zijn ex-echtgenote. Het ABP zou daarvan twee jaaropgaven doen. Aangezien dit niet het geval is geweest, heeft de man geen recht op restitutie van een deel bijdrage Zvw. 

De Belastingdienst volgt de verstrekte loongegevens door het ABP en heeft geen juridische grond om van deze loongegevens af te wijken.  

De rechtbank oordeelt dat het gehele pensioen bijdrage inkomen vormt voor de Zorgverzekeringswet bij de pensioengerechtigde. Doordat de pensioengerechtigde over zijn arbeidsjaren pensioen heeft opgebouwd en op grond van het echtscheidingsconvenant vanaf de datum van pensionering de ex-partner toekomt hetgeen eiser haar over de periode tot echtscheiding uit hoofde van de pensioenverrekening op grond van het Boon-Van Loon-arrest is verschuldigd, blijft hij gerechtigd tot het pensioen. Hierdoor is hij op grond van de Zvw degene die de pensioenuitkeringen heeft genoten. Dat het ABP de pensioenuitkeringen voor een deel rechtstreeks uitbetaalt aan de ex-partner, maakt het vorenstaande niet anders. De uitkeringen aan de ex-echtgenote komen ook niet in mindering op het bijdrage-inkomen, omdat in de Zvw niet is voorzien in de mogelijkheid om de voornoemde persoonsgebonden aftrek in aanmerking te nemen zoals in de Wet IB 2001. Hierdoor  is de pensioenuitkering als bijdrage-inkomen geheel in aanmerking genomen. Het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.  

 

Een situatie waarop het zogeheten Boon-Van Loon-arrest van toepassing is, is niet gelijk aan diegene die onder de vigeur van de Wet Verevening Pensioenrechten bij Scheiding zijn gescheiden. In dat laatste geval zou een zelfstandig recht op pensioen bestaan bij de ex-echtgenote in het onderhavige geval. Zie ook de brief van 5 december 2008, van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (vgl. Rechtbank Noord-Nederland 18 december 2014, nr. 14/1523, ECLI:NL:RBNNE:2014:6574). Bij een zelfstandig recht op pensioen uit de dienstbetrekking van de andere echtgenoot bestaat ook een zelfstandig bijdrage inkomen Zvw. 

 

Wet: art. 41 t/m 43, 45 Zvw  
Jurisprudentie: Hof Amsterdam 19-09-2019, nr. 18/00380 en 18/00381 (ECLI:NL:GHAMS:2019:3474); Rb. Noord-Holland 1-06-2018, nr. AWB - 17_3511 (ECLI:NL:RBNHO:2018:4419)

Loonzaken/Jacqueline Nietveld