Vergrijpboeten terecht opgelegd

28 oktober 2019

Volgens Hof Amsterdam waren de vergrijpboeten terecht opgelegd. In deze verwijzingszaak komt het hof tot het oordeel dat de belanghebbende de afdrachtvermindering heeft toegepast terwijl zij wist dat zij niet aan de voorwaarden daarvoor voldeed en daarop uitdrukkelijk is gewezen en daarbij niet is afgegaan op enig aan haar ander uitgebracht advies.

Een re-integratiebureau heeft in haar aangiften loonheffingen over 2009 tot en met 2013 afdrachtvermindering onderwijs geclaimd voor werknemers die een opleiding volgden om op startkwalificatieniveau te komen. Het re-integratiebureau beschikte daarvoor niet over de verklaringen van het UWV waaruit bleek dat de werknemers vóór indiensttreding werkloos waren. Ook beschikte ze niet over de vereiste schriftelijke verklaringen van de onderwijsinstelling volgens de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (WVA). De inspecteur heeft naheffingsaanslagen met vergrijpboeten opgelegd.

Op 9 januari 2008 heeft het administratie- en advieskantoor dat de aangifte loonheffingen verzorgde, in een brief aan de Belastingdienst om een standpuntbepaling betreffende de toepassing van de afdrachtvermindering onderwijs gevraagd met het verzoek om uitleg van de regeling. De Belastingdienst heeft onder verwijzing het Besluit van de staatssecretaris van Financiën van 4 juli 2007, nr. CPP2007/732M en naar de tekst in het Handboek Loonheffingen 2007 expliciet de administratieve voorwaarden benoemd, verbonden aan de regeling. Intern is, ook met de adviseur van het re-integratiebureau, een aantal maal het niet voldoen aan de administratieve voorwaarden van de regeling aan de orde geweest. Uit getuigenverklaringen is gebleken dat het verschillende adviseurs en accountant(s) bekend was dat het re-integratiebureau niet voldeed aan haar administratieve verplichtingen voor toepassing van de WVA. De HR-afdeling van het re-integratiebureau zou hiervoor zorgdragen. Dit is echter door de adviseurs en accountant(s) niet gecontroleerd. Het standpunt van het re-integratiebureau was dat zij handelde naar de geest en letter van de wet. Hof Den Haag heeft geoordeeld dat het re-integratiebureau zich op de hoogte had moeten stellen of zij voldeed aan de formele voorwaarden voor toepassing van de WVA, ondanks dat zij de aangiften loonheffingen liet doen door een adviseur. Door dit na te laten is haar grove schuld te verwijten. Het gaat, anders dan in een arrest van de Hoge Raad uit februari 2009 niet om inhoudelijke aspecten van een belastingregeling, maar om betrekkelijk eenvoudige formele voorwaarden om voor toepassing van de afdrachtvermindering in aanmerking te komen. Er was geen sprake van een pleitbaar standpunt noch van afwezigheid van alle schuld.

De Hoge Raad bevestigde dit laatste punt, maar verwees de zaak naar Hof Amsterdam met de opdracht de vergrijpboeten opnieuw te onderzoeken. De vraag rees of haar arrest uit februari 2009 inderdaad niet van toepassing is.

Hof Amsterdam merkt op dat zowel in het verwijzingsarrest als in de procedure voor dit hof belanghebbende heeft aangevoerd dat zij zeer wel op de hoogte was van de formele voorwaarden die gelden voor toepassing van de afdrachtvermindering. Bovendien wist zij vooraf dat zij niet voldeed aan die voorwaarden. Het oordeel in het arrest van de Hoge Raad uit februari 2009 is niet meer van belang voor zover dit het uitgangspunt betreft, dat indien een belastingplichtige zich laat bijstaan door een deskundig adviseur, er geen aanleiding is tot het stellen van de algemene eis dat de belastingplichtige zich ter voorkoming van fouten ook zelf in de inhoudelijke aspecten van op hem toepasselijke belastingregelingen verdiept. Het re-integratiebureau was namelijk wel vóór toepassing op de hoogte was van de regeling afdrachtvermindering. In het arrest staat ook dat indien de belastingplichtige wel op de hoogte was van de inhoudelijke aspecten van de regeling, dat enkele feit nog niet meebrengt dat hij gehouden is om te controleren of zijn deskundige adviseur in de door deze opgemaakte aangiften die regelingen juist heeft toegepast. Volgens het hof moet dit zo worden uitgelegd dat er geen vergrijpboeten kunnen worden opgelegd aan het re-integratiebureau wanneer het re-integratiebureau voor de toepassing van de afdrachtvermindering is afgegaan op een advies of mededeling van de deskundig adviseur; het advies dat ondanks de afwezigheid van de vereiste verklaringen, de afdrachtvermindering toch kon worden toegepast. Het re-integratiebureau heeft dit niet aannemelijk gemaakt. Uit de getuigenverklaringen is gebleken dat de deskundig adviseurs niet een dergelijk advies hebben gegeven. Daarom komt het hof tot het oordeel dat het re-integratiebureau de afdrachtvermindering heeft toegepast terwijl zij wist dat zij niet aan de voorwaarden daarvoor voldeed en daarop uitdrukkelijk is gewezen en daarbij niet is afgegaan op enig aan haar ander uitgebracht advies. Het hof oordeelt dat het gaat om de ‘core business’ van het re-integratiebureau en zij had wetende dat zij niet aan de vereisten voor afdrachtvermindering voldeed niet mogen handelen zoals zij deed. Zij heeft veel te lichtvaardig en dermate ernstig verwijtbaar gehandeld dat de inspecteur haar terecht grove schuld verwijt. De vergrijpboeten zijn terecht opgelegd. 

Tot 2012 was het toezicht op het voldoen aan de administratieve voorwaarden voor toepassing van de afdrachtvermindering niet heel strikt. De (mindere) mate van handhaving houdt desondanks absoluut niet in dat een belastingplichtige zich niet aan de formele voorwaarden voor toepassing voor de desbetreffende wet- en regelgeving hoeft te houden.  

 

Wet: art. 67f AWR  
Jurisprudentie: Hof Amsterdam 8-10-2019, nr. 17/00436 t/m 17/000440 (ECLI:NL:GHAMS:2019:3592); HR 11-08-2017, nr. 16/04756 (ECLI:NL:HR:2017:1611); Hof Den Haag 17-08-2016, nr. BK-15/1086 t/m BK-15/1090 (ECLI:NL:GHDHA:2016:2398); Rb. Den Haag 16-11-2011, nr. AWB - 15_995 (ECLI:NL:RBDHA:2015:13418); HR 13-02-2009, nr. 07/12891 (ECLI:NL:HR:2009:BH2586); HR 3-02-2017, nr. 16/02451 (ECLI:NL:HR:2017:127)

Loonzaken/Jacqueline Nietveld