Dubbel inwonerschap en heffingsbevoegdheid

22 oktober 2019

In geval iemand inwoner is van twee staten moet aan de hand van het belastingverdrag worden bepaald welke staat heffingsbevoegd is over het inkomen. Hof Den Bosch komt voor een inwoner van Roemenië en Nederland tot de conclusie dat dit Roemenië is en dat Nederland slechts belasting mag heffen over de in Nederland gelegen woning.

Een werknemer met de Nederlandse nationaliteit werkt aan boord van een schip. De man is gehuwd met een Roemeense en heeft een eigen woning, een auto, diverse bankrekeningen, familie en vrienden in Nederland. Zijn echtgenote is inwoner van Roemenië en heeft aldaar een eigen woning. Uit informatie van de Roemeense belastingdienst blijkt dat de man in de desbetreffende jaren geen fiscaal inwoner van Roemenië was.  In geschil is of hij moet worden aangemerkt als inwoner van Nederland en/of Roemenië en wat de gevolgen van de beslissing daarover zijn voor de aanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor de jaren 2011 tot en met 2015. 

Hof Den Bosch is – in tegenstelling tot de rechtbank – van oordeel dat de man volgens de Nederlandse wetgeving inwoner is van Nederland, maar ook volgens de Roemeense wetgeving inwoner is van Roemenië. Het hof baseert zich daarbij op ingewonnen informatie uit de digitale databank van het International Bureau of Fiscal Documentation. Het feit dat de man zich pas in 2016 heeft gemeld bij de Roemeense autoriteiten doet hieraan niet af. Er is sprake van een dubbel inwonerschap.  

Dit betekent dat de man volgens de Nederlandse wetgeving binnenlands belastingplichtig is en – in beginsel – voor zijn totale inkomen in de belastingheffing mag worden betrokken. Vervolgens moet worden bezien wat de toepassing van het belastingverdrag tussen Nederland en Roemenië betekent voor de belastingheffing. Daarvoor is eerst nodig om te bepalen in welk land de man voor de toepassing van het belastingverdrag inwoner is. Artikel 4 van het belastingverdrag geeft daarvoor regels. Omdat in beide landen sprake is van een duurzaam tehuis, moet eerst worden beoordeeld waar de persoonlijke en economische betrekkingen het nauwst zijn. Indien dat geen doorslag geeft, moet worden gekeken naar het land waar iemand gewoonlijk verblijft en als dat ook geen doorslag geeft dan wordt het inwonerschap uiteindelijk bepaald door het antwoord op de vraag van welk land iemand onderdaan is. 

Het hof is in deze zaak van oordeel dat de persoonlijke en economische betrekkingen met Roemenië het nauwst zijn en baseert dit op het huwelijk met de Roemeense echtgenote en het feit dat de man veel meer dagen in Roemenië verblijft dan in Nederland. Dit betekent dat de inspecteur slechts belasting mag heffen over de in Nederland gelegen woning (box 3) en dat de overige inkomsten in Roemenië mogen worden belast.

Opvallend is dat het hof oordeelt dat belanghebbende naar Roemeens recht inwoner van Roemenië was ondanks dat uit informatie van de Roemeense belastingdienst blijkt dat belanghebbende in deze jaren geen fiscaal inwoner van Roemenië was. Het hof oordeelt dat de juridische benadering bepalend is en niet de feitelijke beoordeling. Dit is in lijn met eerdere jurisprudentie van de Hoge Raad. Het voelt onbevredigend dat Nederland geen belasting mag heffen terwijl ook in het andere land geen belasting is betaald. In dergelijke situaties is het aan de Belastingdienst om te renseigneren aan het woonland om een heffingsvacuüm te voorkomen. Het is vervolgens aan het woonland om tot eventuele actie over te gaan op basis van het renseignement.

Verdrag: art. 4 Belastingverdrag Nederland-Roemenië
Jurisprudentie: Hof Den Bosch 15-08-2019 (publ. 9-10-2019), 18/00666 t/m 18/00670 (ECLI:NL:GHSHE:2019:3089); Rb. Zeeland West-Brabant 9-10-2018, AWB - 17 _ 3757 t/m 17_3761 (ECLI:NL:RBZWB:2018:7289); HR 16-01-2009, 42 218 (ECLI:NL:HR:2009:BG9878)

Loonzaken/Edith de Bourgraaf