Aansprakelijkstelling leidde tot negatief loon

22 oktober 2019

Een aansprakelijkstelling die een voldoende causaal verband heeft met de dienstbetrekking kan als negatief loon in aftrek worden gebracht. Dit kan echter pas in het jaar waarin dit negatieve loon daadwerkelijk is betaald.

Een man is treasury & control manager van een stichting. Voor die stichting sloot hij geheel zelfstandig derivaten af. Bij het afsluiten van de derivaten maakte hij gebruik van een tussenpersoon die van een aantal banken een vergoeding (fee) ontving als de stichting een derivaat afsloot. Een gedeelte van die fees werden aan de treasury & control manager doorbetaald. Deze werden door de treasury & control manager in de periode 2004 tot en met 2010 in zijn aangiften IB/PVV als resultaat uit overige werkzaamheden aangegeven. 

Op 29 mei 2012 is de treasury & control manager door de stichting op staande voet ontslagen. Op 29 mei 2012 heeft de stichting conservatoir beslag gelegd op de roerende- en onroerende zaken van de man. De civiele kamer van de rechtbank Den Haag heeft bij vonnis van 7 juni 2017 geoordeeld dat hij bewust roekeloos heeft gehandeld en dat hij aansprakelijk is voor de schade bestaande uit de afkoop van de derivatenportefeuille. Voorts heeft de rechtbank geoordeeld dat de doorbetaling van de fees voor de derivatentransacties van diverse banken tot schade bij de stichting heeft geleid, omdat de stichting daardoor een hogere prijs betaalde voor de bij deze banken afgesloten derivaten. De rechtbank heeft de man veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding die uiteindelijk op 29 januari 2018 wordt betaald.   

In geschil is of de man de in het vonnis opgenomen aansprakelijkstellingen als negatief loon dan wel als negatief resultaat uit overige werkzaamheden in zijn aangifte over 2014 in aanmerking kan nemen. Voorts is in geschil of hij ter zake van voormelde aansprakelijkstellingen een schuld in box 3 in aanmerking kan nemen. 

Gelet op de rangorderegeling van art. 2.14 Wet IB 2001 beoordeelt de rechtbank eerst of in dit geval sprake is van negatief loon. De rechtbank oordeelt dat de aansprakelijkstellingen haar oorzaak vinden in de wijze van vervulling van de dienstbetrekking bij de stichting. De aansprakelijkstellingen houden dan ook voldoende causaal verband met de dienstbetrekking van de man om als negatief loon in aanmerking te kunnen worden genomen. Negatief loon kan pas in aanmerking worden genomen in het jaar waarin dat is betaald. De man heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij in 2014 ten aanzien van de onderhavige  aansprakelijkstellingen enig bedrag heeft betaald. Daardoor kan in 2014 geen negatief loon in aanmerking worden genomen. 

 De rechtbank oordeelt dat hij op 1 januari 2014 wel een schuld ter zake van de aansprakelijkstellingen in aanmerking kan nemen. Volgens de rechtbank bestond er op 1 januari 2014 een (zij het op termijn) juridisch afdwingbare en voldoende bepaalbare verplichting, waarmee bij de rendementsgrondslag rekening kan worden gehouden. 

Ondanks dat de rechtbank beslist dat de aansprakelijkstellingen negatief loon vormen, leidt dit voor belanghebbende niet tot negatief loon in 2014. Het genietingsmoment voor negatief loon is immers hetzelfde als voor positief loon en belanghebbende heeft in 2014 geen betalingen inzake de aansprakelijkstellingen gedaan. De betaling wordt pas in 2018 gedaan. 

Opmerkelijk is dat de rechtbank wel oordeelt dat de aansprakelijkstellingen een schuld vormen voor box 3. De rechtbank neemt daarbij het latere vonnis van 7 juni 2017 in aanmerking. Dit is opvallend omdat de uitkomst van het vonnis op 1 januari 2014 nog een onzekere toekomstige gebeurtenis was. 

Wet: art. 2.14 Wet IB 2001
Jurisprudentie: Rb. Den Haag 13-06-2019, AWB - 18 _ 5636 (ECLI:NL:RBDHA:2019:9725)

Loonzaken/Edith de Bourgraaf