Evaluatie van wet tegen schijnconstructies

08 oktober 2019

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de uitkomsten van de evaluatie van de Wet aanpak schijnconstructies bekend gemaakt.

De Wet aanpak schijnconstructies (Was) is op 1 juli 2015 in werking getreden, hoewel bepaalde onderdelen later van kracht zijn geworden. Na de inwerkingtreding is het effect van de Was in de praktijk drie keer jaarlijks gemonitord. Hiervoor zijn onder meer sociale partners, overheidsopdrachtgevers en de Inspectie SZW gevraagd naar hun ervaringen met de wet. Het blijkt dat de maatregelen van de Was op verschillende wijze en in verschillende mate een bijdrage hebben geleverd aan het tegengaan van schijnconstructies en het bevorderen van eerlijk werk. Ketenaansprakelijkheid voor loon heeft een preventieve en correctieve werking. Deze maatregel draagt er aan bij dat werknemers het (cao)loon ontvangen waar ze recht op hebben bevordert dus de cao-naleving. De Was verplicht werkgevers ook om de loonstrook nader te specificeren en het minimumloon giraal uit te betalen. De Was verbiedt inhoudingen en verrekeningen met het wettelijk minimumloon. Deze maatregelen helpen om te waarborgen dat een werknemer daadwerkelijk het wettelijk minimumloon ontvangt. De Was bevat ook een maatregel die het mogelijk maakt dat de Inspectie SZW sociale partners een melding doet van een vermoeden dat een werkgever een cao niet naleeft. Deze maatregel wordt gewaardeerd als nuttig instrument om cao-naleving te bevorderen. Hetzelfde geldt voor de maatregel die mogelijk maakt om een algemeenverbindendverklaring van een cao met maximaal een jaar te verlengen. 

De evaluatie toont echter ook dat de Was niet verhindert dat notoire overtreders geldende wet- en regelgeving omzeilen. Voor een deel komt dit doordat nieuwe wet- en regelgeving altijd nieuwe ontduikingsconstructies zullen uitlokken. Een ander deel is misschien het gevolg van de afhankelijkheidsrelatie, die werknemers terughoudend kan maken zich op hun rechten te beroepen. Verder komt het beeld naar voren dat notoire overtreders zich niet zomaar door strengere maatregelen laten afschrikken. De conclusie van de evaluatie is dus dat de maatregelen uit de Was hun meerwaarde hebben, maar ook hun beperkingen. 

Bron: Min SZW 2-10-2019; Evaluatie; Kamerbrief