Werkgever heeft bewijslast voor no-riskpolis

30 september 2019

De uitkeringslasten voor ex-werknemers waarop de zogenoemde no-riskpolis van toepassing is worden niet meegenomen bij de vaststelling van de gedifferentieerde premie Werkhervattingskas voor een werkgever. Een werkgever meent dat de bewijslast dat de no-riskpolis nĂ­et van toepassing is bij de Belastingdienst ligt, maar daar is Rechtbank Den Haag het niet mee eens.

Een werkgever heeft over de jaren 2016 tot en met 2018 beschikkingen gedifferentieerde premie Werkhervattingskas (Whk) ontvangen. Volgens de werkgever zijn bij die beschikkingen ten onrechte de uitkeringslasten van uiteindelijk nog vijf (voormalig) werknemers aan hem toegerekend. In geschil voor de rechtbank is of de uitkeringslasten terecht aan de werkgever zijn toegerekend of dat ten aanzien van de (voormalig) werknemers een zogenoemde no-riskpolis van toepassing was. De werkgever stelt zich op het standpunt dat er vanuit moet worden gegaan dat de no-riskpolis van toepassing is, zolang de inspecteur het tegendeel niet aannemelijk maakt.

De rechtbank is het niet eens met het standpunt van de werkgever. Het wel of niet van toepassing zijn van de no-riskpolis hangt namelijk af van de aard van de ziekmelding van de werkgever. Slechts enkele specifieke ziekengelduitkeringen vallen onder de no-riskpolis. Het ligt, volgens de rechtbank, op de weg van de werkgever (op wie de verplichting rust om een juiste ziekmelding te doen, art. 38a ZW) om ten aanzien van desbetreffende werknemers feiten en omstandigheden aan te voeren op grond waarvan kan worden geconcludeerd dat zij wegens de no-riskpolis recht hadden op ziekengeld. De bewijslast om aannemelijk te maken dat er een no-riskpolis van toepassing was ligt dan ook bij de werkgever. Dat het voor de werkgever mogelijk ingewikkeld is om (direct) een juiste ziekmelding te doen of een eerdere onjuiste ziekmelding te herstellen, maakt niet dat de bewijslast overgaat naar de inspecteur. De werkgever heeft alleen gesteld dat er met betrekking tot desbetreffende (voormalig) werknemers een no-riskpolis van toepassing zou kunnen zijn, maar hij heeft niets aangedragen ter ondersteuning daarvan. Daarom slaagt de werkgever niet in de op haar berustende bewijslast. Dat betekent dat de uitkeringslasten voor desbetreffende (voormalig) werknemers terecht aan haar zijn toegewezen. Hiermee zijn deze beroepen ongegrond.

De werkgever heeft in deze zaak verwezen naar een uitspraak voor Rechtbank Gelderland van 30 januari 2018. In die zaak ging het om een werkgever die geen beroep had gedaan op de no-riskpolis, die op een werknemer wel van toepassing was. Nadat aan de werknemer een WGA-uitkering was toegekend werden de lasten daarvan aan de werkgever toegerekend via zijn gedifferentieerde premie Whk. Tegen de toerekening heeft hij bezwaar gemaakt. Omdat bij wet is vastgelegd dat een WGA-uitkering niet ten laste van de Werkhervattingskas komt als het om een WGA-uitkering gaat die is toegekend aan een werknemer die uit de dienstbetrekking waaruit de WGA-uitkering is ontstaan recht had op ziekengeld, oordeelde de rechtbank dat de uitkering niet aan de werkgever kon worden toegerekend (zie ook Loonzaken 2018, nr 2, Consumptie no-riskpolis niet noodzakelijk). In bovenstaande zaak had de werkgever dus in elk geval moeten bewijzen dat de no-riskpolis van toepassing was op desbetreffende (voormalig werknemers).

Wet: art. 29 lid 2 onder e t/m g, art. 38 ZW
Jurisprudentie: Rb. Den Haag 12-09-2019, nr. AWB 18_3836 (ECLI:NL:RBDHA:2019:9742); Rb. Gelderland 30-01-2018, nr. 17/2443 (ECLI:NL:RBGEL:2018:382)

Loonzaken/Jacqueline Nietveld