Vennootschapsrechtelijk ontslag ongeldig, arbeidsrechtelijk ontslag ook

01 oktober 2019

Omdat het vennootschappelijk ontslag van een statutair bestuurder nietig en vernietigbaar is, onder andere omdat er geen geldig ontslagbesluit van de aandeelhoudersvergadering is, is volgens de rechtbank ook het arbeidsrechtelijke ontslag op staande voet nietig. De werkgever wordt veroordeeld tot doorbetaling van loon.

Sinds januari 2019 werkt een in China woonachtige vrouw als bestuurder bij een bv. De bv en de bestuurder hebben een ‘Employment agreement’ gesloten, waarbij zij door de aandeelhouders tot ‘Statutory Director’ is benoemd en de positie vervult van ‘Managing Director of the Company.’ In het handelsregister staat zij echter enkel ingeschreven als ‘gevolmachtigde’ van de vennootschap.

In mei 2019 meldt zij zich ziek wegens burn-outklachten. Begin juni boekt zij € 100.000 over van de bankrekening van de vennootschap naar haar eigen rekening en dient een verzoek in om hier conservatoir beslag op te laten leggen, naar eigen zeggen met als enig doel het conserveren van verhaal voor vorderingen van zichzelf en haar collega’s. Bij brief van 19 juni 2019 wordt zij op staande voet ontslagen.

De vrouw stelt dat haar ontslag nietig is, nu zij voorafgaand aan het ontslag niet is gehoord. Omdat zij statutair bestuurder was, kan het vennootschapsrechtelijke (en daarmee tevens het arbeidsrechtelijke) ontslag geen stand houden, nu er geen aandeelhoudersbesluit aan ten grondslag ligt. Het ontslag is daarnaast aangezegd door de vennootschap en niet namens de tot ontslag bevoegde aandeelhouder(s).

Ook materieel gezien kan het ontslag volgens haar geen stand houden. Bij haar waren zorgen ontstaan over de koers die de vennootschap ging varen onder druk van de aandeelhouders, bestaande uit meerdere verzoeken om activa over te dragen aan in China gevestigde partijen. Zij heeft haar zorg meermalen met de aandeelhouders gedeeld. Het overmaken van een bedrag naar haar eigen bankrekening was bedoeld om verhaal mogelijk te maken van schuldeisers, waaronder de werknemers en zij zelf. Door de overboeking onmiddellijk te laten volgen door een eigenbeslag hoopte zij de aandacht van de aandeelhouders te trekken. Ten slotte stelt zij dat de onderneming bij het ontslag geen rekening heeft gehouden met haar persoonlijke omstandigheden (ziekmelding wegens burn-outklachten).

De rechtbank oordeelt, ondanks de tegenwerpingen van de werkgever dat aan een aantal formele vereisten (o.a. inschrijving in handelsregister) niet is voldaan, dat de vrouw statutair bestuurder is. Daarmee is het gegeven ontslag, zoals ook de gemachtigde van de werkgever ter zitting heeft erkend, het gegeven ontslag vennootschapsrechtelijk ongeldig. In aansluiting daarop overweegt de rechtbank dat het ontslagbesluit van 19 juni 2019 in strijd is met de wet en met de statuten van de vennootschap, en daarom nietig en vernietigbaar (art. 2:14 lid 1 en 2:15 lid 1 BW), alleen al omdat dit besluit niet is genomen door en in de algemene vergadering van aandeelhouders, er niet is voldaan aan de oproepingstermijn voor die vergadering, en de vrouw niet is gehoord voorafgaand aan het ontslagbesluit.

De nietigheid en vernietigbaarheid van het vennootschapsrechtelijk ontslag brengen mee dat ook het arbeidsrechtelijke ontslag op staande voet nietig is.

Wet: art. 2:14 lid 1, 2:15 lid 1 BW
Jurisprudentie: Rb. Noord-Holland 5-09-2019, C/15/290455 HA RK 19-137 (ECLI:NL:RBNHO:2019:7938);