Inkomsten uit sociale premies in 2018 gestegen

17 september 2019

De premie-inkomsten van de sociale fondsen, van waaruit sociale verzekeringen zoals de AOW, de WW, de Zorgverzekeringswet en de arbeidsongeschiktheidswetten worden gefinancierd, zijn gestegen van € 101,9 miljard in 2017 naar € 108 miljard in 2018. De inkomsten uit premies liggen structureel lager dan de uitgaven aan uitkeringen van sociale verzekeringen. De uitkeringslasten van de sociale verzekeringen stegen van € 113,5 miljard in 2017 naar € 116,6 miljard in 2018.

Voor een groot deel worden het verschil tussen de uitgaven en de premie-inkomsten opgevangen door rijksbijdragen aan de sociale fondsen. Deze bedroegen € 21,4 miljard in 2018. Naast de uitgaven aan uitkeringen werd vanuit de sociale fondsen ook nog voor € 2,6 miljard gefinancierd aan subsidies en aan overdrachten naar andere overheidssectoren. De uitvoeringslasten van de sociale fondsen bedroegen € 3,6 miljard in 2018.
Naast de sociale verzekeringen zijn er ook sociale voorzieningen zoals bijstand en kinderbijslag die uit de belastingen worden betaald. De uitgaven aan sociale uitkeringen, de sociale verzekeringen en sociale voorzieningen tezamen, bedroegen € 155,6 miljard in 2018. Dit artikel richt zich op de sociale verzekeringen.

De premies en uitkeringen van de sociale fondsen lopen grofweg in de pas, maar er zijn wel verschillen. Tussen 2008 en 2018 zijn de uitgaven aan uitkeringen met bijna € 25,5 miljard gestegen, terwijl de premie-inkomsten € 22,1 miljard hoger geworden zijn. Dit verschil in toename komt grotendeels door de fiscalisering van de AOW. De rijksbijdragen aan de AOW worden steeds groter.
Los van de AOW waren de premie-inkomsten in de periode 2016–2018 wel hoger dan de uitkeringen, onder andere door de toename van het aantal werkenden dankzij de economische groei.
De invloed van de conjunctuur is ook in eerdere jaren goed terug te zien. In het crisisjaar 2009 daalden de premies met ruim € 7 miljard terwijl de uitkeringslasten met ruim € 6,4 miljard toenamen. In een recessie lopen de uitgaven aan bijvoorbeeld WW-uitkeringen op, terwijl de premie-inkomsten afnemen.

Ook de afschaffing van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) per 1 januari 2015 heeft de verhouding tussen de uitkeringen en de premies veranderd. Voor de AWBZ kwam de Wet Langdurige Zorg (WLZ) in de plaats, maar met een beperkter takenpakket. Gemeenten namen een groot deel van de taken van de AWBZ over. In 2014 waren de AWBZ-premies € 6,5 miljard lager dan de uitkeringslasten. De WLZ-premies in 2015 waren € 2,1 miljard lager dan de uitkeringslasten van de WLZ.

Bron: CBS.nl, 12-09-2019