Voordeel uit horeca in kerk is loon voor koster

13 september 2019

Het fiscaal loonbegrip is heel ruim. Daardoor behoren voordelen die een werknemer in het kader van zijn dienstbetrekking heeft genoten ook tot het belastbare loon als deze voordelen afkomstig zijn van een ander dan de werkgever.

Een vrouw is als koster in dienstbetrekking bij een kerkgemeenschap. Zij schenkt onder andere drankjes in en verstrekt broodjes en andere versnaperingen wanneer kerkdiensten, uitvaarten, vergaderingen en andere bijeenkomsten plaatsvinden in het kerkgebouw. Voor deze horeca-activiteiten brengt de koster haar opdrachtgevers vergoedingen in rekening. Deze vergoedingen zijn gebaseerd op het aantal verstrekte consumpties. De vrouw hanteert lagere vergoedingen voor de kerkgemeenschap dan voor andere opdrachtgevers. Daarnaast int de koster namens de kerk de zaalhuur. De vrouw claimt de zelfstandigenaftrek, omdat zij meent met de horeca-werkzaamheden in het kerkgebouw een onderneming te drijven. Maar de Belastingdienst stelt dat het voordeel dat de vrouw uit de horeca-activiteiten behaalt, loon uit dienstbetrekking vormt.

Rechtbank Noord-Nederland haalt uit de omschrijving van de functie van koster dat de koster onder andere verantwoordelijk is voor de exploitatie van de keuken en het buffet. In een verklaring van de kerkenraad staat bovendien dat de vrouw voor eigen rekening de keuken zal exploiteren. Verder meldt de verklaring dat de kerk recht heeft op levering van consumpties tegen een afgesproken vergoeding. De rechtbank leidt hieruit af dat de vrouw de horecawerkzaamheden moet verrichten als gevolg van haar functie als koster. De horeca-activiteiten vallen daarmee onder het bereik van haar dienstbetrekking. Vervolgens oordeelt de rechtbank dat de vergoedingen uit de horeca-werkzaamheden zijn aan te merken als loon. Het fiscaal loonbegrip is namelijk ruim: al wat iemand uit een (vroegere) dienstbetrekking geniet. Als de werkgever een voordeel niet rechtstreeks verstrekt, maar laat toekomen aan de werknemer als beloning voor de in dienstbetrekking verrichte werkzaamheden, is dit voordeel eveneens loon. Dat de vrouw zelf in keukenapparatuur heeft geïnvesteerd, brengt de rechtbank niet tot een ander oordeel. De koster is geen ondernemer en heeft dus geen recht op de zelfstandigenaftrek.

Wet: art. 10 lid 1 Wet LB 1964
Bron: Rb. Noord-Nederland 29-08-2019, nr. AWB 18/3794 (gepubl. 12-09-2019) (ECLI:NL:RBNNE:2019:3803)