Ingrijpen hof voorkomt dubbele premieheffing Rijnvarende

30 augustus 2019

Volgens Unierecht zouden Nederland en Luxemburg moeten regelen welk land premies voor sociale verzekeringen mag heffen van een bepaalde Rijnvarende. Omdat dit in de praktijk niet goed is geregeld, moet soms de rechter ingrijpen om dubbele heffing te voorkomen.

Een man vraagt in zijn aangifte inkomstenbelasting/premies volksverzekeringen (IB/PVV) 2011 tot en met 2013 om vrijstelling van de premies volksverzekeringen. Hij werkt namelijk in de Rijnvaart en heeft ook sociale verzekeringspremies aan de Luxemburgse autoriteiten moeten betalen. Hij heeft ook van de Luxemburgse autoriteiten een E101-verklaring ontvangen. Maar de Belastingdienst weigert de vrijstelling te verlenen. De SVB heeft namelijk een A1-verklaring afgegeven waarin staat dat de man verzekerings- en premieplichtig is in Nederland. De man tekent beroep aan tegen de premieheffing. Hof Den Bosch oordeelt dat hij gebonden is aan de A1-verklaring. Maar het staat ook vast dat Nederland zich niet heeft gehouden aan de procedureregels.

Op basis van het Unierecht moeten Nederland en Luxemburg in overleg treden en daarbij tot een oplossing komen voor het probleem van dubbele premieheffing. Het hof constateert dat de landen niet to zo’n samenwerking zijn gekomen. Dit komt doordat Nederland de bevoegdheden met betrekking tot de sociale verzekeringspremies heeft verdeeld tussen de Belastingdienst en de SVB. De Belastingdienst is bevoegd om premies te heffen, maar niet om in overleg te treden met Luxemburg. De SVB heeft wel de bevoegdheid om te overleggen met de Luxemburgse autoriteiten, maar gaat weer niet over de heffing van de premies. Deze omstandigheden hebben geleid tot dubbele premieheffing. Het hof besluit dit probleem zelf op te lossen door de belastingaanslagen te verminderen. Daartoe trekt het hof de bedragen die geacht worden te zijn geheven in Luxemburg af van de in Nederland geheven premie volksverzekeringen.

Wet: art. 6 lid 1 Wfsv en art. 13 Verordening 883/2004/EG
Bron: Hof Den Bosch 28-08-2019, nrs. 17/00636bis tot en met 17/00638bis (ECLI:NL:GHSHE:2019:3140) en Hof Den Bosch 28-08-2019, nrs. 17/00725 tot en met 17/00727 (ECLI:NL:GHSHE:2019:3141)