Uitgezonden ambtenaar is premieplichtig

02 september 2019

Zendt de Nederlandse overheid een ambtenaar uit naar Aruba, CuraƧao, Sint-Maarten of de BES-eilanden, dan blijft deze ambtenaar premieplichtig voor de Nederlandse volksverzekeringen. Als zij in haar aangifte inkomstenbelasting toch opgeeft niet premieplichtig te zijn en de premieheffing blijft ten onrechte achterwege is navordering van de premies mogelijk.

Een officier van justitie (hierna: ovj) was voor drie jaar benoemd om op Sint Maarten haar functie uit te oefenen bij het Openbaar Ministerie aldaar. Voorafgaand aan haar aanstelling heeft zij met de Belastingdienst Buitenland overleg gehad over haar sociale verzekeringsplicht in Nederland gedurende haar uitzending. In haar aangiften inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 2012 en 2013 heeft zij verzocht om vrijstelling van premie volksverzekeringen. De aanslagen zijn conform aangifte opgelegd, maar in 2018 vorderde de Belastingdienst na. In geschil is of de navorderingsaanslagen terecht zijn opgelegd. In het bijzonder is in geschil of bij het vaststellen van de primitieve aanslagen sprake is geweest van een voor de ovj kenbare fout. De navorderingsaanslag over 2012 was inmiddels verminderd tot nihil, zodat de ovj geen belang meer had bij haar beroep tegen de uitspraak op bezwaar. Ten aanzien van de navorderingsaanslag over 2013 overweegt de rechtbank het volgende. Vaststaat dat de ovj gedurende haar aanstelling op Sint Maarten verzekerd was voor de sociale verzekeringen in Nederland op grond van het Besluit uitbreiding en beperking kring van verzekerden volksverzekeringen 1999. De vraag is in hoeverre de inspecteur gerechtigd was om na te vorderen nadat de aanslag overeenkomstig de aangifte was opgelegd. Navordering is mogelijk wanneer ten gevolge van een fout de aanslag tot een te laag bedrag is opgelegd, hetgeen de belastingplichtige redelijkerwijs kenbaar is, waarvan in elk geval sprake is indien de te weinig geheven belasting ten minste 30% van de te betalen belasting bedraagt. Uit de Memorie van Toelichting blijkt dat kenbaar moet worden opgevat in die zin dat de belastingplichtige in een oogopslag moet hebben kunnen zien dat de aanslag onjuist was, maar dit is in elk geval van toepassing wanneer de te weinig geheven belasting ten minste 30% van de te betalen belasting bedraagt. De ovj heeft betoogd dat het op grond van uitlatingen van de SVB over haar uitzending naar Sint Maarten voor haar niet kenbaar was dat de aanslag tot een te laag bedrag was vastgesteld. De rechtbank oordeelt dat, afgezien van het antwoord op de vraag in hoeverre zij vertrouwen mocht ontlenen aan uitlatingen van de SVB over de premieheffing, zij niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij voor het begin van haar uitzending contact hierover heeft gehad met de SVB. De door haar overgelegde brieven dateren van 2016. Dit is ruim na het opleggen van de aanslagen. De inspecteur meent dat haar omtrent haar uitzending door de Belastingdienst is meegedeeld dat zij verzekerd bleef voor de sociale verzekeringen in Nederland. Partijen zijn niet eensluidend over hetgeen is besproken met de Belastingdienst Buitenland, maar de ovj heeft ter zitting bevestigd dat zij zich niet op het standpunt stelt dat de inspecteur heeft meegedeeld dat zij niet verplicht verzekerd zou blijven in Nederland. Hierdoor heeft zij onvoldoende aannemelijk kunnen maken dat bij haar voor het vaststellen van de aanslag vertrouwen is gewekt dat zij niet premieplichtig was. De rechtbank oordeelt dat de gemaakte fout met betrekking tot de premie volksverzekeringen voor de ovj redelijkerwijs kenbaar was (in geobjectiveerde zin). De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Een fout in de aanslag moet ruim worden opgevat. Het gaat om elke misslag van de Belastingdienst bij de aanslagregeling, zoals schrijf-, reken-, overname- en intoetsfouten maar ook om fouten ten gevolge van de geautomatiseerde verwerking van aangiften.

Wet: art. 16 lid 2 onderdeel c AWR , art. 3 lid 2 Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzek. 1999
Bron: Rb. Noord-Holland 19-08-2019, nr. 18/3183 (gepubl. 26-08-2019) (ECLI:NL:RBNHO:2019:7041)

Loonzaken/Jacqueline Nietveld