Loonverschil vast-flex bijna 50%

22 augustus 2019

Uit een studie van CBS blijkt dat het loonverschil tussen werknemers met een vast dienstverband en flexwerkers bijna 50% bedraagt. Flexwerkers verdienen bijna 48% minder dat werknemers met een vast dienstverband. Het loonverschil hangt in sterke mate samen met verschillen in achtergrondkenmerken.

Voor het onderzoek zijn zowel het basisloon als het loon inclusief de incidentele componenten (vakantiegeld, eindejaarsuitkeringen, bijzondere beloningen, en loon ontvangen uit overwerk) bekeken. Onderzocht is in welke mate verschillen in uurloon te maken hebben met verschillen in persoons- en baankenmerken tussen vaste werknemers en flexwerkers. Voor het onderzoek zijn de gegevens uit de EnquĂȘte Beroepsbevolking (EBB) van 2016 gebruikt.

Als vaste werknemers worden beschouwd werknemers die een contract voor onbepaalde tijd hebben en voor wie het aantal uren dat wekelijks wordt gewerkt vastligt. Tot de flexibele werknemers behoren werknemers die een contract voor bepaalde tijd hebben en/of voor wie het aantal uren dat gewerkt wordt wekelijks varieert. De groep flexibele werknemers betreft onder meer:

  • werknemers met een tijdelijk dienstverband die uitzicht hebben op een vast contract bij goed functioneren;

  • werknemers met een tijdelijk contract langer dan een jaar;

  • werknemers met een tijdelijk contract korter dan een jaar;

  • uitzendkrachten;

  • oproepkrachten/invalkrachten;

  • werknemers met een vast of tijdelijk contract zonder vaste uren.

Het loonverschil hangt in sterke mate samen met verschillen in achtergrondkenmerken; flexibele werknemers zijn bijvoorbeeld gemiddeld jonger en lager opgeleid. Zonder verschillen in achtergrondkenmerken zou het loonverschil 7% zijn. Het loonverschil ten opzichte van vaste werknemers varieert aanzienlijk tussen de diverse soorten flexibele werknemers. Voor oproepkrachten en tijdelijke werknemers zonder vaste uren is het ongecorrigeerde loonverschil 58%. Dit komt vooral doordat oproepkrachten gemiddeld jonger zijn en in andere beroepen werken dan vaste werknemers en andere flexibele werknemers. Als gecorrigeerd wordt voor achtergrondkenmerken blijft er voor oproepkrachten een loonverschil van 3% over. Bij uitzendkrachten bedraag het loonverschil zonder correctie 37%, met correctie nog altijd 13%.

Vooral uitzendkrachten en werknemers met korte tijdelijke contracten hebben te maken met een groot loonverschil na correctie (respectievelijk 13 en 15%). Bij deze groepen wordt dus een kleiner deel van het loonverschil verklaard door achtergrondkenmerken. Bij uitzendkrachten hebben zowel het onderwijsniveau als de leeftijd veel minder invloed op het uurloon dan bij andere soorten flexibele werknemers.

Naast het basisloon kwam ook het totale loon, dat wil zeggen het loon inclusief incidentele beloningen en overwerk, aan de orde. Het loonverschil tussen vaste en flexibele werknemers op basis van het totale loon is iets groter dan dat op basis van het basisloon. Corrigeren voor achtergrondkenmerken geeft voor het totale loon vergelijkbare conclusies als voor het basisloon.

Bron: CBS 22-08-2019, Loonverschil tussen flexibele en vaste werknemers