Geen voorkoming dubbele belasting voor gages betaald aan dochtervennootschap

19 augustus 2019

Een DJ claimt voorkoming van dubbele belasting voor de heffing over zijn inkomsten uit buitenlandse optredens. Volgens Rechtbank Gelderland is voorkoming van dubbele belasting niet te verlenen: de DJ is niet te vereenzelvigen met de dochtervennootschap waaraan de gages voor zijn optredens zijn betaald.

Een Nederlandse DJ woont in Nederland en treedt wereldwijd op in clubs en op festivals. Hij is directeur-grootaandeelhouder van zijn bv, waarvan de inkomsten bestaan uit managementfee, royalty’s en andere vergoedingen. De DJ verricht werkzaamheden buiten de VS vanuit een dochtervennootschap, waarvan zijn bv alle aandelen houdt. De dochtervennootschap ontvangt gages en betaalt de managementfee aan zijn bv. De werkzaamheden in de VS verricht de DJ vanuit een LLC, waarvan hij zelf dga is. Omdat de LLC in de VS fiscaal transparant is, wordt de DJ persoonlijk belast met federal income tax in de VS. Over 2015 wordt in de VS een bedrag ad € 490.156 belasting geheven. Vanuit zijn bv ontvangt de DJ in 2015 een loon van € 216.945. De DJ werkt 58 dagen in landen waar in het belastingverdrag een vrijstellingsmethode is opgenomen, 116 dagen in landen waar in het belastingverdrag een verrekenmethode is opgenomen en 80 dagen in Nederland. In de VS heeft hij 46 dagen opgetreden. In geschil voor rechtbank Gelderland is het antwoord op de vraag tot welk bedrag de buitenlandse bronbelasting geheven bij buitenlandse optredens kan worden verrekend.

De rechtbank overweegt dat in bijna alle belastingverdragen met Nederland en het desbetreffende buitenland een artikel is opgenomen dat de belasting over het inkomen van artiesten en sporters betreft. Op grond van dit artikel wordt dat inkomen belast in het land waar het optreden heeft plaatsgevonden. Nederland mag vervolgens ook over dit inkomen heffen, maar moet voorkoming van dubbele belastingheffing verlenen volgens de vrijstellings- of verrekenmethode. De rechtbank oordeelt dat de arresten van de Hoge Raad uit 2007, waarnaar de DJ verwijst niet toepasbaar zijn in deze zaak, omdat de feiten anders zijn. De DJ en de dochtervennootschap zijn namelijk niet te vereenzelvigen, omdat zij verschillende (fiscale) personen zijn. Bovendien zijn aan de binnenlandse inkomsten van de DJ ook de tegenprestatie als artiest, directie, beheer van royalties en andere activiteiten verbonden. Daarnaast bestaat zijn salaris uit een vast bedrag, dat niet afhankelijk is van het aantal optredens. Ook dat de in de VS ingehouden belasting wel voor verrekening in aanmerking komt, maakt geen verschil. De rechtbank verklaart het beroep van de DJ ongegrond.

In de arresten van de Hoge Raad waarnaar de DJ verwijst ging het om het antwoord op de vraag of de desbetreffende sporters een deel van hun basissalaris dat zij in Nederland in de berekening van de vermindering ter voorkoming van dubbele belasting mochten meenemen.

Wet: art. 17 OESO-Modelverdrag
Jurisprudentie: Rb. Gelderland 1-07-2019, nr. AWB – 18_4028 (ECLI:NL:RBGEL:2019:2890); HR 9-02- 2007, nr. 40604 (ECLI:NL:HR:2007:AU3577); HR 9-02-20017, nr. 41478 (ECLI:NL:HR:2007:AU3578)

Loonzaken/Jacqueline Nietveld