Ambtenarenpensioen blijft in Nederland belast

09 juli 2019

Het loon en pensioen dat een voormalig gemeenteambtenaar, die is geëmigreerd naar Thailand, krijgt uit Nederland is belast in Nederland op grond van het verdrag. Doordat de ambtenaar bij navraag bij de fiscus niet heeft aangegeven dat het om inkomsten uit een overheidsfunctie ging, kan hij geen beroep doen op het vertrouwensbeginsel.

Een ambtenaar in dienst van een gemeente is op 26 maart 2014 geëmigreerd naar Thailand. Sindsdien werkte hij niet meer in Nederland, maar ontving hij nog wel loon op grond van een loondoorbetalingsverplichting. Bovendien ontving hij een vroegpensioen van het ABP. In april 2016 heeft de ambtenaar een aangifte IB/PVV ingediend over 2015. Hij heeft daarin aangegeven dat zijn inkomsten niet in Nederland belast waren en dat hij niet verzekerd was voor de volksverzekeringen. Na het tegen de aanslag IB/PVV over 2015 gemaakte bezwaar, heeft de Belastingdienst het bezwaar gegrond verklaard met betrekking tot de premie volksverzekeringen. In geschil voor de rechtbank is of de inkomsten van de ambtenaar in Nederland belast zijn voor de inkomstenbelasting. De rechtbank overweegt dat in het Verdrag ter voorkoming van dubbele belastingheffing tussen Nederland en Thailand staat dat beloningen en pensioenen van een publiekrechtelijk lichaam belast mogen worden in de staat waaruit deze afkomstig zijn. Het loon werd betaald door de gemeente en het ABP wegens een de uitoefening van een overheidsfunctie. Op grond van het Verdrag zijn de inkomsten daarom in Nederland belast.

De ambtenaar beroept zich op het vertrouwensbeginsel, omdat hij telefonisch overleg heeft gehad met een specialist op dit gebied bij kantoor Buitenland van de Belastingdienst. Op aanraden van de specialist heeft hij over 2014 een M-biljet ingediend. Voor de latere jaren is de ambtenaar geadviseerd een C-biljet in te dienen en dezelfde uitgangspunten te hanteren. De ambtenaar had aangegeven dat de inkomsten uit Nederland niet in Nederland belast waren, omdat hij sinds maart 2014 geen ingezetene van Nederland meer was. De inspecteur van de Belastingdienst heeft aangegeven dat uit de telefonische contacten niet blijkt dat de ambtenaar had aangegeven dat sprake was van een publiekrechtelijke dienstbetrekking. Anders zou ondenkbaar zijn dat de specialist zou hebben gezegd dat de inkomsten niet in Nederland belast zouden zijn. De rechtbank overweegt dat voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel moet worden beoordeeld of de ambtenaar aan de uitlatingen van de specialist het in rechte te beschermen vertrouwen mocht ontlenen dat de inkomsten niet in Nederland belast zouden zijn. Die uitlatingen moeten zijn gebaseerd op door de ambtenaar juiste en volledige informatie. De specialist heeft gesteld dat hij niet volledig was geïnformeerd over het feit dat het ging om inkomsten uit een publiekrechtelijke dienstbetrekking. De ambtenaar heeft het tegendeel niet aannemelijk gemaakt. De rechtbank weegt mee dat het zeer onwaarschijnlijk is dat een specialist van de Belastingdienst bij bekendheid met het feit dat het ging om inkomsten uit een publiekrechtelijke dienstbetrekking, de ambtenaar zou hebben verteld dat de inkomsten niet in Nederland belast zouden zijn. Het beroep van de ambtenaar op het vertrouwensbeginsel faalt daarom. De rechtbank verklaart het beroep van de ambtenaar ongegrond.

Naar verwachting zal de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) inwerking treden op 1 januari 2020. Na inwerkingtreding van de Wnra kan er in geval van grensoverschrijdend werken verandering optreden bij bepaalde werkenden, de belastbaarheid van inkomsten in Nederland en de sociale verzekeringspositie of juist daarbuiten. Dit is afhankelijk van of iemand nog wel, juist wel of niet meer als ambtenaar kwalificeert.

Wet: art. 19 Verdrag Nederland-Thailand
Jurisprudentie: Rb. Zeeland-West-Brabant 19-4-2019, nr. AWB – 18_997 (ECLI:NL:RBZWB:2019:1831)

Loonzaken/Jacqueline Nietveld