Transparant voor resultaat maar niet voor loonheffing

02 juli 2019

Een stichting die voor haar resultaten transparant is, is voor de loonheffing wel inhoudingsplichtig. Aan de voorwaarden voor een dienstbetrekking wordt dan ook voldaan. Toepassing van de vrijwilligersvergoeding is niet mogelijk omdat niet aan de voorwaarden wordt voldaan.

De activiteiten van een in 2013 opgerichte stichting bestaan uit de exploitatie van een zorgbureau. Tot 1 januari 2017 was de oprichter enig bestuurder van de stichting. Er was geen raad van toezicht. De Belastingdienst heeft naar aanleiding van een boekenonderzoek het standpunt ingenomen dat de stichting transparant is hetgeen betekent dat de resultaten moeten worden toegerekend aan de bestuurder in plaats van aan de stichting. Naar aanleiding van het boekenonderzoek zijn naheffingsaanslagen loonheffingen opgelegd over de periode 1 januari 2014 tot en met 31 december 2015 en over de periode 1 januari 2016 tot en met 31 december 2016 inclusief vergrijpboetes.
Vanaf 1 januari 2014 heeft de stichting personeel in dienst. Daarnaast heeft de stichting betalingen gedaan aan drie zorgverleners voor verrichte werkzaamheden. Deze zorgverleners hebben facturen uitgeschreven aan de stichting voor de werkzaamheden. Op de facturen stond geen bedrijfsnaam/logo en KvK nummer en de facturen waren niet genummerd. De stichting beschikte niet over een VAR-verklaring van deze zorgverleners. Verder heeft de stichting ten aanzien van een aantal personen de vrijwilligersregeling van artikel 2, lid 6 Wet LB toegepast (hierna samen: het personeel).
In geschil is of sprake is van een dienstbetrekking tussen de stichting en het personeel. Indien deze vraag bevestigd wordt beantwoord, is in geschil of de vrijwilligersregeling terecht is geweigerd en of een bijtelling vanwege privégebruik van de auto in aanmerking moet worden genomen. Daarnaast zijn alle boeteschikkingen in geschil.
De stichting is van mening dat geen gezagsverhouding bestaat tussen de stichting en het personeel omdat de stichting transparant is. De rechtbank volgt dit standpunt niet. De bepaling wie als belastingplichtige of inhoudingsplichtige wordt aangemerkt, dient voor elke belastingsoort apart te worden bepaald en kan per belastingsoort verschillen. Dat de stichting voor belasting over het resultaat als transparant wordt gezien, wil niet zeggen dat zij voor de toepassing van de loonbelasting geen realiteitswaarde heeft en niet kan worden aangemerkt als inhoudingsplichtige voor de loonbelasting. Niet in geschil is dat aan de voorwaarden voor een dienstbetrekking tussen de stichting en het personeel is voldaan (gezag, arbeid en loon).
De toepassing van de vrijwilligersregeling is terecht geweigerd, omdat niet aannemelijk is dat de stichting voldoet aan de voor zorginstellingen geldende winstbestemmingseis. Verder is aannemelijk dat de auto aan een werknemer ter beschikking is gesteld.
De rechtbank verklaart het beroep van belanghebbende ongegrond. Ten aanzien van de vergrijpboeten is het beroep deels gegrond.

Bovenstaande uitspraak is in lijn met eerdere jurisprudentie over de vraag of transparantie van een stichting doorwerkt naar de loonbelasting. Hof Den Haag oordeelde in haar uitspraak van 17 september 1996 dat de stichting een afzonderlijke rechtspersoon is die werknemers in dienst had, waardoor zij inhoudingsplichtige was voor de loonbelasting. Het hof oordeelde evenals Rechtbank Gelderland dat wat mogelijk voor de heffing van inkomsten- of vermogensbelasting heeft te gelden niet per definitie ook moet gelden voor de heffing van loonbelasting.

Jurisprudentie: Rb. Gelderland 25-06-2019, nr. AWB-18_4169 (ECLI:NL:RBGEL:2019:2807); Hof Den Haag 17-09-1996 (ECLI:NL:GHSGR:1996:AV7848)

Loonzaken/Edith de Bourgraaf