Negatief loon moet vorderbaar en inbaar zijn

02 juli 2019

Door het treffen van een betalingsregeling voor een te veel ontvangen uitkering, is slechts het deel dat daadwerkelijk in het jaar is terugbetaald als negatief loon in aanmerking te nemen in de aangifte en niet de gehele schuld.

Belanghebbende heeft in de periode 1 september 2011 tot en met 30 november 2013 een uitkering ontvangen van het UWV. Bij brief van 30 januari 2014 heeft het UWV belanghebbende meegedeeld dat zij over de periode van 1 september 2011 tot en met 30 november 2013 te veel uitkering heeft ontvangen. Belanghebbende dient een bedrag van € 13.613,36 terug te betalen. Dit bedrag is een bruto bedrag van de door belanghebbende netto te veel ontvangen uitkering.
Het UWV en belanghebbende zijn een betalingsregeling overeengekomen ten aanzien van de terugbetaling van € 13.613,36. Uit een brief van het UWV van 24 april 2014 volgt dat deze betalingsregeling inhoudt dat belanghebbende vanaf 1 mei 2014 maandelijks € 300 zal terugbetalen. In overeenstemming met de betalingsregeling heeft belanghebbende in 2014 negen maandelijkse termijnen van € 300 in totaal € 2.700 aan het UWV betaald. Belanghebbende heeft deze negen maandelijkse termijnen voor de overeengekomen vervaldata betaald. Het UWV heeft zijn vordering op belanghebbende niet verrekend. Daarnaast is de vordering niet rentedragend geworden.
De inspecteur heeft bij het opleggen van het vaststellen van de aanslag inkomstenbelasting geen rekening gehouden met de door belanghebbende in 2014 aan het UWV gedane betalingen. Na bezwaar heeft de inspecteur een negatief loon van € 2.700 in aanmerking genomen in verband met de door belanghebbende in 2014 aan het UWV gedane betalingen van in totaal € 2.700. Belanghebbende is van mening dat het bedrag van € 13.613,36 in 2014 als negatief inkomen in mindering kan worden genomen.
In navolging van de rechtbank oordeelt het hof dat art. 3.146 Wet IB 2001 bepaald op welk tijdstip bestanddelen van het inkomen worden genoten. Het genietingsmoment is het tijdstip waarop de bestanddelen zijn ontvangen, zijn verrekend, ter beschikking zijn gesteld, rentedragend zijn geworden of vorderbaar en inbaar zijn geworden. De vordering van het UWV is niet verrekend en tevens niet rentedragend geworden. Dit betekent dat belanghebbende het gehele bedrag slechts in mindering kan brengen op haar inkomen als het vorderbaar en inbaar is. Een bedrag is vorderbaar wanneer een recht op de dadelijke betaling bestaat. Inbaar betekent dat op verzoek van de schuldeiser betaling zonder verwijl zal plaatsvinden. Nu belanghebbende een betalingsregeling is overeengekomen met het UWV is de totale schuld niet vorderbaar en inbaar in 2014.

Het genietingsmoment voor negatief loon is hetzelfde als voor positief loon. In deze casus staat ter discussie of de volledige terugbetaling vorderbaar en inbaar is in 2014. Het kenmerk van een betalingsregeling is dat afspraken worden gemaakt over het in delen betalen van een nog te betalen bedrag omdat het bedrag niet in één keer betaald kan worden. Het hof oordeelt mijns inziens terecht dat niet de volledige terugbetaling als negatief loon in aanmerking kan worden genomen, maar slechts het bedrag dat in 2014 is betaald aangezien niet voldaan is aan het vereiste van vorderbaar en inbaar.

Wet: art. 3.146 Wet IB 2001
Jurisprudentie: Hof Arnhem-Leeuwarden 25-6-2019, nr. 18/00755 (ECLI:NL:GHARL:2019:5218); Rb. Noord-Nederland 5-7-2018, nr. AWB-18_363 (ECLI:NL:RBNNE:2018:2646)

Loonzaken/Edith de Bourgraaf