Geen aanspraak op hoger cao-loon door finale kwijting

13 juni 2019

De vordering van een werknemer op zijn ex-werkgever voor nabetaling van loon omdat hij niet conform de cao was betaald strandt op de vaststellingsovereenkomst onder finale kwijting die door de werkgever en werknemer bij de beëindiging van de arbeidsovereenkomst is gesloten.

De werknemer was werkzaam bij Expert als verkoper. Op de arbeidsovereenkomst is de cao Elektrotechnische Detailhandel van toepassing verklaard. De partijen zijn op initiatief van de werkgever uit elkaar gegaan en hebben daartoe een vaststellingsovereenkomst onder finale kwijting gesloten. Hierin is opgenomen dat de werknemer tot het einde van het jaar recht heeft op zijn volledige loon conform de cao. Een jaar na het ondertekenen van de vaststellingsovereenkomst heeft de werknemer door een extern bureau laten berekenen dat het loon jarenlang niet conform de cao is betaald, waardoor onder meer toeslagen niet waren uitbetaald. Dit resulteerde in een vordering van € 22.391,51 bruto.

De werknemer vordert thans nabetaling door Expert.

De kantonrechter stelt vast dat partijen onder meer van mening verschillen over de vraag welke verplichtingen over en weer voortvloeien uit de vaststellingsovereenkomst. Art. 7:900 BW bepaalt dat bij een vaststellingsovereenkomst ­– zoals hier aan de orde – partijen zich, ter beëindiging of ter voorkoming van onzekerheid of geschil omtrent hetgeen tussen hen rechtens geldt, jegens elkaar binden aan een vaststelling daarvan, bestemd om ook te gelden voor zover zij van de tevoren bestaande rechtstoestand mocht afwijken. Vast staat dat de werknemer in onderhavige zaak bij de totstandkoming van de vaststellingsovereenkomst juridische hulp heeft gehad. Mede tegen die achtergrond is de kantonrechter van oordeel dat uit de bewoordingen van de vaststellingsovereenkomst kan worden afgeleid dat daarmee is beoogd een algeheel en definitief einde te maken aan alle mogelijk tussen partijen bestaande geschillen uit hoofde van de arbeidsovereenkomst, zowel voorzienbaar als onvoorzienbaar.

De vordering tot nabetaling van het hogere cao-loon wordt afgewezen.

Bron: Ktr. Leeuwarden 21-05-2019, 7100423 CV EXPL 18-6163 (ECLI:NL:RBNNE:2019:2191)

mr. dr. Esther Koot-van der Putte, Cao-recht Advies en Opleiding, www.cao-recht.nl