60-plussers werken door

28 mei 2019

60-jarigen uit 2011 werkten twee tot drie keer zo vaak tot hun pensioenleeftijd door als 60-jarigen uit 2001. Het aandeel 60-jarigen met vroegpensioen is in tien jaar juist gehalveerd. Ook het aandeel met inkomsten uit een arbeidsongeschiktheids- of ziekte-uitkering is lager onder de 60-jarigen uit 2011. Dit blijkt uit cijfers van het CBS.

Van de 60-jarigen uit 2011 had bijna 60% werk als belangrijkste inkomstenbron. Dat percentage daalt vervolgens elk jaar, tot 35% als ze 64 jaar zijn. Voor nog geen 10% van de 60-jarigen uit 2011 was pensioen de belangrijkste inkomensbron, op 64-jarige leeftijd was dat opgelopen tot 23%, 14% had een arbeidsongeschiktheidsuitkering op 60-jarige leeftijd. Dit percentage verandert daarna vrijwel niet meer. 
Dat werk vaker de belangrijkste inkomstenbron is, en uitkeringen en pensioen minder vaak, hangt samen met veranderingen in de sociale wetgeving waardoor vervroegd met pensioen gaan of het krijgen van een uitkering moeilijker werd. Ook de toegenomen arbeidsdeelname van vrouwen speelt een rol. De inkomensbronnen van 60-jarigen verschillen flink naar opleidingsniveau.
Hoogopgeleide 60-jarigen hadden vaker inkomsten uit werk dan laagopgeleiden. Zij hadden ook vaker dan laagopgeleiden een pensioen. Verder hadden hoogopgeleide 60-jarigen minder vaak een arbeidsongeschiktheidsuitkering dan laagopgeleiden.

Bron: Cbs.nl, 20-05-2019