Nederlandse A1-verklaring bindend voor instanties

21 mei 2019

Ook voor een rijnvarende in dienst van een bedrijf op Cyprus is, op basis van een door de SVB afgegeven A1-verklaring, de Nederlandse sociale zekerheidswetgeving van toepassing.

Belanghebbende had de Nederlandse nationaliteit en woonde in Nederland. Hij was in dienstbetrekking bij een bedrijf in Cyprus en werkzaam als rijnvarende op een binnenschip. De SVB gaf in juni 2014 een A1-verklaring af waarin stond dat de Nederlandse sociale zekerheidswetgeving van toepassing was voor de periode 1 januari 2013 tot en met 31 december 2014.

In zijn aangifte inkomstenbelasting 2013 verzocht belanghebbende toch om een vrijstelling van premieheffing volksverzekeringen. In geschil is of belanghebbende in Nederland verzekerd en premieplichtig is voor de Nederlandse volksverzekeringen.

Rechtbank Den Haag besliste dat de inspecteur de vrijstelling terecht had geweigerd. Belanghebbende ging tevergeefs in hoger beroep. Hof Den Haag besliste dat de Nederlandse belastingrechter gebonden was aan de inhoud van een A1-verklaring van de SVB, zolang die verklaring niet was ingetrokken of ongeldig verklaard. Als een betrokkene het standpunt van de SVB wilde bestrijden, moest de daarvoor openstaande bezwaar- en beroepsprocedure worden gevolgd. Belanghebbende was op grond van de onherroepelijk vaststaande A1-verklaring in Nederland verzekerings- en premieplichtig voor de premie volksverzekeringen.

De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie zonder nadere motivering ongegrond verklaard (art. 81 Wet RO).

De afgelopen maanden zijn vele uitspraken gedaan over Rijnvarenden en de verzekeringsplicht in Nederland. Dit heeft geleid tot vragen van de Tweede Kamer leden Lodders, Omtzigt en Van Helvert. Deze vragen zijn op 14 mei 2019 door Staatssecretaris Snel beantwoord. Ik verwijs hiervoor naar het nieuwsbericht in Loonzaken van 15 mei jl. (Gedupeerde rijnvarenden: mogelijk beroep op uitzonderingsregel). De Kamervragen hebben betrekking op de verzekeringsplicht in relatie met Luxemburg.
In bovenstaand geschil gaat het om de verzekeringsplicht in relatie tot Cyprus. Centraal in het geschil staat de rechtskracht van de A1-verklaring afgegeven door de SVB. Een A1-verklaring duidt aan welke wetgeving van toepassing is bij werken in meerdere landen. In jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie is beslist dat een afgegeven A1-verklaring bindend is voor instanties van de ontvangen staat (EU Hof van 10 februari 2000 (Fitzwilliam)). In deze casus gaat het om de rechtskracht van de A1-verklaring voor de instanties van de eigen staat. Het hof oordeelt in lijn met eerdere jurisprudentie (Hoge Raad 9 oktober 2009 en Hoge Raad 5 oktober 2018) dat de A1-verklaring ook bindend is voor instanties van de eigen lidstaat. Belanghebbende heeft geen recht op vrijstelling van de premies volksverzekeringen.
De rechtskracht van de A1-verklaring is ook relevant bij de inhuur van werknemers uit Oost Europese lidstaten. Ook in die situaties is de verzekeringsplicht regelmatig onderwerp van discussie. De rechtskracht van de A1-verklaring maakt het moeilijk om sociale dumping te bestrijden.

Jurisprudentie: Hoge Raad 10-5-2019 (ECLI:NL:HR:2019:694); Hof Den Haag 26-6-2019, nr. BK-17/00790 (ECLI:NL:GHDHA:2018:1590); Rb. Noord-Nederland 18-4-2019, nr. AWB – 16 _3766 (ECLI:NL:RBNNE:2019:1617); Rb. Noord Nederland 18-4-2019, nr. AWB – 17 _ 3833 (ECLI:NL:RBNNE:2019:1619); Rb. Noord Nederland 18-4-2019, nr. AWB – 16 _3241 (ECLI:NL:RBNNE:2019:1620); Rb. Noord Nederland 18-4-2019, nr. AWB – 16 _ 4797 (ECLI:NL:RBNNE:2019:1621); Rb. Gelderland 12-09-2018, nr. AWB – 17 _ 3833 (ECLI:NL:RBGEL:2018:3927); EU HvJ 10-2-2000, nr. C-202/97 (Fitzwilliam) (ECLI:EU:C:2000:75); HR 9-10-2009, nr. 08/02433 (ECLI:NL:HR:2009:BH0546) en HR 5-10-2018, nr. 18/01619 (ECLI:NL:HR:2018:1725)

Loonzaken/Edith de Bourgraaf